Belastingrecht
Mondelinge uitspraak. De heffingsambtenaar heeft terecht geconcludeerd dat eiseres niet voldoende…
Rechtbank Midden-Nederland, 21 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6724 · Rechtbank Midden-Nederland · 21 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6724
Zaakgegevens
Op 21 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 21 september 2026
- Datum publicatie
- 1 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/5484
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6724
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. De heffingsambtenaar heeft terecht geconcludeerd dat eiseres niet voldoende parkeerbelasting heeft voldaan. Het beroep is ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5484
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
21 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: T. Jansen)
Procesverloop
De heffingsambtenaar heeft op 16 juli 2025 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij de uitspraak op bezwaar van 11 september 2025 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 september 2026. Eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.
Overwegingen
2. Het voertuig van eiseres met het kenteken [kenteken] stond op 20 juni 2025 om 20:44 uur geparkeerd bij het [straatnaam] in [plaats 2] zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
3. Eiseres voert aan dat de naheffing parkeerbelasting ten onrechte is opgelegd. Eiseres stelt dat zij met een parkeerapp heeft betaald, maar voor de verkeerde zone. Eiseres is niet bekend in [plaats 2] en het was ter plekke moeilijk om de juiste zone vast te stellen. Na een bevestiging van omstanders was eiseres in de veronderstelling dat zij voor de juiste zone had betaald.
4. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Eiseres heeft via haar parkeerapp betaald voor het [parkeerrayon 1] waar een lager tarief geldt dan in het [parkeerrayon 2] waar zij haar voertuig heeft geparkeerd. De parkeercontroleur heeft de auto van eiseres ter plaatse om 20:44 uur gecontroleerd op betaalde parkeerbelasting. Daarbij heeft hij geconstateerd dat er was betaald voor een ander gebied waar een lager tarief geldt en dat te weinig parkeerbelasting was betaald. Om die reden is het te weinig betaalde bedrag van € 7,84 nageheven waarbij een bedrag van € 78,80 aan kosten in rekening zijn gebracht.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat eisers voor de verkeerde parkeerzone heeft betaald. Eiseres heeft parkeerbelasting voldaan voor het [parkeerrayon 1] , terwijl zij haar auto heeft geparkeerd in [parkeerrayon 2] . Het uurtarief in de laatstgenoemde zone is hoger. Eiseres heeft ter zitting verklaard hoe dit is gebeurd. Uit vaste rechtspraak volgt dat een parkeerder een onderzoeksplicht heeft voorafgaand aan het parkeren. Van eiseres mag worden verwacht dat zij voldoende onderzoekt of en op welke wijze parkeerbelasting is verschuldigd. In dit geval heeft de heffingsambtenaar met foto’s onderbouwd dat de straatnaam ( [straatnaam] ) ter plekke voldoende duidelijk was aangegeven en dat naast het parkeerterrein ook een parkeerautomaat stond waarop het nummer van het parkeerrayon stond aangegeven. In die omstandigheden komt het feit dat eiseres voor een ander parkeerrayon heeft betaald waarvoor een lager tarief geldt, voor haar eigen risico. De heffingsambtenaar heeft terecht geconcludeerd dat eiseres niet voldoende parkeerbelasting heeft voldaan. Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep slaagt niet.
6. De rechtbank overweegt verder dat er geen ruimte is om uit coulance iets anders te beslissen. De parkeerbelasting is een objectieve belasting. Hierdoor kan geen rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Dit ligt anders indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie (overmacht), waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om de volgens de wet verschuldigde belasting te betalen. De omstandigheden die eiseres daarover heeft aangevoerd, vallen daar naar het oordeel van de rechtbank niet onder.
7. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar voorgesteld om het griffierecht dat eiseres heeft betaald te vergoeden, omdat er een foutief kenteken is opgenomen in het verweerschrift. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. De heffingsambtenaar dient wel het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
9. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2026 door
mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.