Bestuursprocesrecht
PKV formulier onjuist ingevuld; niet-ontvankelijk.
Rechtbank Midden-Nederland, 11 september 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4581 · Rechtbank Midden-Nederland · 11 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2020-4581
Zaakgegevens
Op 11 september 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 11 september 2020
- Datum publicatie
- 27 oktober 2020
- Zaaknummer
- 20/659
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4581
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PKV formulier onjuist ingevuld; niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/659
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,
en
de Heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 26 juni 2020 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 20 maart 2019 een uitspraak op verzoekers bezwaar gedaan. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 30 april 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 20 maart 2019 en dat hij dit besluit niet langer handhaaft. Verzoeker krijgt een verminderingsnota Onroerende- Zaakbelasting en Watersysteemheffing gebouwd. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek en aangegeven dat hij geen aanleiding ziet proceskosten aan verzoeker te betalen. Volgens verweerder heeft verzoeker alleen om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht gevraagd.
4. De rechtbank geeft verweerder gelijk, omdat verzoeker op het door hem ingevulde formulier ‘Intrekkingsverklaring’ onder “kruis aan wat van toepassing is” een kruis heeft gezet bij “Ik trek het beroep in.”, maar ook bij “Ik trek het beroep in en verzoek u verweerder te veroordelen in de proceskosten.” Bij het aangekruiste vakje “Ik trek het beroep in” heeft verzoeker echter een pijl gericht op dat vakje geplaatst. De rechtbank volgt verweerder daarom in zijn conclusie dat verzoeker niet heeft bedoeld een verzoek om vergoeding van zijn proceskosten in te dienen. Wel dient verweerder het betaalde griffierecht van € 48,- aan hem te vergoeden voor zover dit niet al is gedaan.
5. De rechtbank concludeert dat de manier waarop verzoeker de ‘Intrekkingsverklaring’ heeft ingevuld niet kan leiden tot een inhoudelijke beoordeling van een verzoek om vergoeding van proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door R. in ’t Veld, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 september 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Voor zover nodig wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken wanneer dat weer mogelijk is.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.