Bestuursprocesrecht
Fictief; verweerder heeft besluit genomen; pkv.
Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4942 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2020-4942
Zaakgegevens
Op 19 juni 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 juni 2020
- Datum publicatie
- 12 november 2020
- Zaaknummer
- UTR 19/5370
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4942
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Fictief; verweerder heeft besluit genomen; pkv.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5370
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,
(gemachtigde: drs. C. Oosten),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoeker van 17 december 2019 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Op 17 december 2019, verzonden op 23 december 2019, heeft verweerder een besluit genomen.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op dit verzoek gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken omdat verweerder alsnog een besluit heeft genomen. Verzoeker heeft gevraagd om vergoeding van zijn proceskosten.
3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker. Verweerder stelt dat er geen sprake is van het geheel danwel gedeeltelijk tegemoet komen aan het beroepschrift. Het besluit was immers al genomen. Volgens verweerder is er geen sprake van een situatie waarin door het instellen van beroep alsnog (versneld) een beslissing op het verzoek is genomen.
5. De rechtbank geeft verweerder geen gelijk. De rechtbank stelt vast dat het besluit van 17 december 2019 is verzonden op 23 december 2019. Volgens de rechtbank is er geen aanleiding aan te nemen dat op het moment van de indiening van het beroepschrift verzoeker bekend was met het besluit van 17 december 2019. Omdat verweerder na het instellen van het beroep het besluit heeft verzonden, ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
6. Verweerder moet uit eigen beweging ook het door verzoeker betaalde griffierecht van
€ 174,- aan hem terugbetalen. Dat volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2020 door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.