Bestuursprocesrecht
8:54 uitspraak. Geen verklaring van erfrecht. Beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Midden-Nederland, 24 mei 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:1959 · Rechtbank Midden-Nederland · 24 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2022-1959
Zaakgegevens
Op 24 mei 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 mei 2022
- Datum publicatie
- 23 mei 2022
- Zaaknummer
- AWB - 22 _ 147
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:1959
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54 uitspraak. Geen verklaring van erfrecht. Beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/147
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: G. Gieben),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente] , verweerder.
Procesverloop
Bij de aanslag gemeentelijke belastingen 2021 van 28 februari 2021 heeft verweerder tevens een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vervat betreffende de woning aan de [adres] te [plaats] . Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking.
Bij uitspraak op bezwaar van 2 december 2021 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen hebben eisers beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank heeft de gemachtigde van eisers bij brief van 18 januari 2022 opgedragen om binnen vier weken een verklaring van erfrecht over te leggen. Bij aangetekende brief van
2 maart 2022 heeft de rechtbank dit verzoek herhaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL op 3 maart 2022 op het adres van gemachtigde van eisers bezorgd. In beide brieven is vermeld dat als het verzuim niet tijdig hersteld wordt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
3. De gemachtigde heeft aan de opdracht geen gevolg gegeven. Als gevolg hiervan kan de rechtbank niet vaststellen wie de erfgenamen van [A] zijn en evenmin of de gemachtigde namens alle erfgenamen optreedt. Om die reden is het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.