Bestuursprocesrecht
8:54 uitspraak. Tegen uitslag van een examen kan geen bezwaar gemaakt worden. Beroep ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 24 mei 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:1960 · Rechtbank Midden-Nederland · 24 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2022-1960
Zaakgegevens
Op 24 mei 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 mei 2022
- Datum publicatie
- 23 mei 2022
- Zaaknummer
- AWB - 22 _ 1219
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:1960
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54 uitspraak. Tegen uitslag van een examen kan geen bezwaar gemaakt worden. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1219
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
en
IBKI Examinering en certificering voor de mobiliteitsbranche, verweerder
(gemachtigde: mr. B. Wallage).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van
9 februari 2022.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft op 31 januari 2022 bezwaar gemaakt tegen de uitslag van het examen ‘Instructie geven en coachen’ in het kader van de scholing van een rijinstructeur. Volgens verweerder kan tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt worden. Verweerder heeft daarom het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
3. In deze zaak gaat het over de beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst. Daartegen staat op grond van artikel 8:4, derde lid, sub b van de Awb en artikel 7:1 van de Awb geen beroep en geen bezwaar open. Als toch bezwaar wordt gemaakt, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dit is bevestigd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:BL:RVS:2018:3428). De rechtbank oordeelt daarom dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.