Bestuursprocesrecht
Beroep niet tijdig (BNT) is kennelijk niet-ontvankelijk. Het college heeft niet te laat beslist.
Rechtbank Midden-Nederland, 6 april 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:1789 · Rechtbank Midden-Nederland · 6 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-1789
Zaakgegevens
Op 6 april 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 6 april 2023
- Datum publicatie
- 14 april 2023
- Zaaknummer
- UTR 23/1019
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1789
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig (BNT) is kennelijk niet-ontvankelijk. Het college heeft niet te laat beslist.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1019
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. C.J. Koenen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (het college), verweerder
(gemachtigden: mr. R.M. Wiersma en mr. C. Immel).
Inleiding
Aan eiseres is een bouwvergunning eerste fase en een bouwvergunning tweede fase verleend voor het bouwen van 16 woningen met een gedeeltelijk ondergrondse stallinggarage op het perceel [adres] in [plaats] (het perceel). Deze vergunningen zijn inmiddels onherroepelijk geworden en de bouw van de 16 woningen is bijna gereed.
[derde-partij] woont achter het perceel en heeft het college op 30 november 2022 verzocht om handhavend op te treden tegen de afwezigheid van opaakglas in de ramen van de nieuw gebouwde woonruimten op het perceel aan de zijde van de [straat] .
Omdat een besluit op het handhavingsverzoek uitbleef, heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dit bezwaar is opgevat als een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Overwegingen
1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Op grond van artikel 4:13, tweede lid, van de Awb moet het college binnen acht weken beslissen op het handhavingsverzoek van 30 november 2022. Het college had dus uiterlijk op 25 januari 2023 moeten beslissen. Deze termijn kan worden verlengd op grond van artikel 4:14, derde lid van de Awb. Dit heeft het college ook gedaan met de brief van 16 januari 2023 waarbij de beslistermijn met 12 weken is verlengd. Vervolgens heeft het college op 15 maart 2023, dus tijdig, beslist op het handhavingsverzoek.
3. Gezien het voorgaande is van een niet tijdig beslissen van het college dus geen sprake. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten. Ook krijgt eiseres haar griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Azmi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.