Bestuursprocesrecht

Geen NAW-gegevens, niet-ontvankelijk

Rechtbank Midden-Nederland, 15 november 2024

Zaakgegevens

Op 15 november 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 november 2024
Datum publicatie
18 november 2024
Zaaknummer
UTR 24/1169
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:6325
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen NAW-gegevens, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/1169

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2024 in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 20 februari 2024 heeft tegen het besluit van verweerder van 16 februari 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de naam en het adres van de indiener vermelden en het beroepschrift ondertekenen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. De rechtbank heeft eiser op 17 juni 2024 een e-mail gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken zijn volledige adres moet opgeven. De rechtbank wil namelijk zeker weten dat zij het juiste adres heeft van eiser.

4. Eiser heeft niet gereageerd op deze e-mail. Er zijn geen andere contactgegevens van eiser bekend, de rechtbank heeft hem als gevolg hiervan niet op een andere manier kunnen bereiken.

5. De rechtbank kan daarom niet anders dan het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaren (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 november 2024 2024.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.