Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 22 januari 2025

Zaakgegevens

Op 22 januari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
22 januari 2025
Datum publicatie
18 april 2025
Zaaknummer
24/7512
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:1836
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7512

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder,

(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma-Heringa).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 16 september 2024 om informatie op grond van de Wet open overheid (WOO).

Verweerder heeft op 17 december 2024 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiser heeft zijn Woo-verzoek ingediend op 16 september 2024. Op grond van artikel 4.4, eerste lid, van de Woo moet verweerder binnen vier weken beslissen op het verzoek. Bij brief van 25 september 2024 heeft verweerder de ontvangst van het Woo-verzoek bevestigd en de beslistermijn met twee weken verdaagd op grond van artikel 4.4, tweede lid, van de Woo. Verweerder had dus uiterlijk 28 oktober 2024 moeten beslissen.

4. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn inmiddels is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 4 november 2024 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiser heeft op 22 november 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.

5. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb).

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).

8. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiser vergoeden. Er zijn geen verdere proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet vergoeden;

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich rechter, in aanwezigheid van

A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

de griffier is verhinderd om de rechter

de uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.