Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 26 februari 2025

Zaakgegevens

Op 26 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
26 februari 2025
Datum publicatie
25 april 2025
Zaaknummer
24/3103
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:2022
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

geen procesbelang

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/3103

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder,

(gemachtigde: A. Teunisse).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 26 april 2024 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 8 april 2024.

De bezwaarprocedure ging over één naheffingsaanslag parkeerbelasting. In de uitspraak op bezwaar is zijn bezwaar ongegrond verklaard. Eiser is hiertegen in beroep gegaan, omdat hij met de stadsparkerenapp wel betaald had om te parkeren, maar per abuis voor de verkeerde zone had betaald.

Verweerder heeft op 7 mei 2024 de naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Verweerder heeft op 7 mei 2024 de naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd. Op 4 september 2024 heeft de rechtbank eiser gevraagd of hij zijn beroep wil voortzetten en, zo ja, waarom. Op 24 september 2024 en 16 oktober 2024 heeft de rechtbank eiser gevraagd alsnog te reageren. Eiser heeft niet gereageerd.

3. De rechtbank stelt vast dat verweerder volledig aan eiser zijn bezwaar tegemoet is gekomen. Het geschil tussen eiser en verweerder houdt daardoor op te bestaan. Aangezien niet is gebleken van enig belang bij vernietiging van het bestreden besluit, moet het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

5. Omdat verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 51,- aan hem vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van

A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

26 februari 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.