Bestuursprocesrecht
BNT UHT. Niet-ontvankelijk: geen procesbelang, beroep na besluit
Rechtbank Midden-Nederland, 15 april 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:2230 · Rechtbank Midden-Nederland · 15 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-2230
Zaakgegevens
Op 15 april 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 15 april 2025
- Datum publicatie
- 8 mei 2025
- Zaaknummer
- UTR 24/6493
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2230
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT UHT. Niet-ontvankelijk: geen procesbelang, beroep na besluit
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6493
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. S. Arakelyan),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde]).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 18 oktober 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade.
Op 29 oktober 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Hierin geeft verweerder aan dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat verweerder op 3 oktober 2024 een besluit heeft genomen over de aanvraag van eiseres om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Het beroep niet tijdig beslissen moet volgens verweerder dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden.
Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Procesbelang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de rechtzoekende concreet met het beroep wil of kan bereiken. Dit gaat niet om de vraag of de rechtzoekende gelijk heeft. Het gaat erom dat de rechtzoekende een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat in de beroepsprocedure zou krijgen. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep. De bestuursrechter doet geen uitspraken uitsluitend vanwege de principiële betekenis ervan.
3. Bij beschikking van 3 oktober 2024 – dus voordat het beroep niet tijdig beslissen door eiseres was ingediend bij de rechtbank – heeft verweerder beslist op de aanvraag van eiseres om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. De rechtbank stelt vast dat dit betekent dat alvorens eiseres beroep had ingesteld, bereikt was wat zij met het beroep beoogde te bereiken, namelijk dat alsnog een besluit wordt genomen. Het procesbelang van eiseres bij dit beroep is daarom komen te vervallen.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk
5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 april 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: