Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 5 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 augustus 2025
Datum publicatie
10 november 2025
Zaaknummer
25/1931
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:5972
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT UHT

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/1931


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2025 in de zaak tussen


[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. W. Kort),

en

Dienst Toeslagen, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres op 11 maart 2025 heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 17 december 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de ingebrekestelling prematuur is gedaan. De ingebrekestelling is door verweerder ontvangen op 19 februari 2025. Dit is voor het einde van de beslistermijn.

3. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Verweerder heeft op 14 oktober 2024 de definitieve beschikking genomen. Het bezwaarschrift van eiseres is door verweerder ontvangen op 17 december 2024. De beslistermijn om op dit bezwaar te beslissen is dus aangevangen op 18 december 2024. De beslistermijn eindigde dan ook op zijn vroegst op 11 maart 2025 en in het geval dat verweerder een advies van de BAC heeft gevraagd op 22 april 2025. De rechtbank kan aan de hand van het dossier echter niet vaststellen of verweerder een advies van de BAC heeft gevraagd. Maar ook uitgaande van het geval dat verweerder dat niet heeft gedaan, is de ingebrekestelling dus inderdaad ruimschoots te vroeg gedaan. Ook het beroep tegen niet tijdig beslissen is in dat geval prematuur ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Eiseres krijgt ook het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.