Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 november 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6313 · Rechtbank Midden-Nederland · 18 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-6313
Zaakgegevens
Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 november 2025
- Datum publicatie
- 25 november 2025
- Zaaknummer
- UTR 25/4625
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:6313
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT WIA aanvraag
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4625
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen
[gemachtigde] , veronderstellenderwijs namens Stichting Dichtbij Kinderopvang, eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van mevrouw [A] haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
Overwegingen
1. Het beroep is door [gemachtigde] veronderstellenderwijs ingesteld namens Stichting Dichtbij Kinderopvang (hierna: eiseres). Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo’n vereiste is het overleggen van een machtiging als de rechtbank daarom verzocht heeft. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
2. Bij aangetekende brief van 12 september 2025 heeft de rechtbank Hoogers in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een machtiging in te dienen, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens eiseres beroep in te stellen en in beroep op te treden. Bij brief van 23 juli 2025 heeft Stichting Dichtbij Kinderopvang een machtiging overgelegd met enkel een handtekening van de HR-adviseur/verzuimcoördinator van de stichting. Een machtiging namens de bestuurder van de stichting ontbreekt.
3. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is het niet aanleveren van een toereikende machtiging een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). Om die reden komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de inhoudelijke geschilpunten.
5. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: