Bestuursprocesrecht
BELEI, bestuursrechter onbevoegd
Rechtbank Midden-Nederland, 18 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6860 · Rechtbank Midden-Nederland · 18 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-6860
Zaakgegevens
Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 december 2025
- Datum publicatie
- 22 december 2025
- Zaaknummer
- UTR 25/2397
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:6860
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BELEI, bestuursrechter onbevoegd
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2397
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
en
College van Gedeputeerde Staten van Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de brief van verweerder.
Overwegingen
1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Artikel 8:1 van de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die op rechtsgevolg is gericht.
3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de brief van verweerder van 4 maart 2025. In deze brief stelt verweerder onder meer, in reactie op brieven van eiser, dat verweerder geen partij is in het persoonlijke geschil van eiser met vervoersbedrijven en uitzendorganisaties over hun aannamebeleid en dat zij niets kunnen met klachten over het handelen van deze bedrijven.
4. Deze brief is naar het oordeel van de rechtbank niet op een rechtsgevolg gericht. Die brief is dus geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
5. De bestuursrechter is daarom onbevoegd om op het beroep van eiseres te beslissen.
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegdp.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: