Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 19 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7256 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-7256
Zaakgegevens
Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 december 2025
- Datum publicatie
- 14 januari 2026
- Zaaknummer
- 25/4275
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7256
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT AW niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4275
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
en
de korpschef van Politie, verweerder.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 18 februari 2025 tegen het besluit van verweerder van 11 februari 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar.
3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Eiser heeft op 16 juli 2025 een beroepschrift ingediend. Eén dag later, bij de brief van 17 juli 2025, heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Het ingediende beroepschrift voldoet hiermee niet aan de wettelijke vereisten. Immers, verweerder is niet eerst in gebreke gesteld alvorens het beroepschrift is ingediend. Daarnaast is de beslistermijn voor verweerder om een beslissing op bezwaar te nemen, verstreken op 28 juli 2025. Dat betekent dat eiser verweerder pas vanaf 28 juli 2025 in gebreke kon stellen. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn ingebrekestelling en beroepschrift prematuur ingediend zijn.
5. Voor een proceskostenveroordeling en een vergoeding voor het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: