Bestuursprocesrecht
BNT bezwaar niet-ontvankelijk
Rechtbank Midden-Nederland, 23 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7270 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-7270
Zaakgegevens
Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 december 2025
- Datum publicatie
- 14 januari 2026
- Zaaknummer
- 25/6208
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT bezwaar niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6208
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres
(gemachtigde: mr. K. Bozia),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 23 april 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. In geschil is of verweerder in gebreke is gesteld door eiseres. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 10 november 2025 aan dat hij geen ingebrekestelling van eiseres heeft ontvangen en stelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4. Eiseres stelt dat zij wel een ingebrekestelling heeft gestuurd aan verweerder. Zij heeft een ingebrekestelling van 9 oktober 2025 overgelegd. Verder heeft de gemachtigde van eiseres ter aanvulling een kopie van het interne postboek van het kantoor gestuurd. Daarin staat dat “10-9-2025 [eiseres] Ingebrekestelling Kinderopvangtoeslag UHT Per post”.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat desbetreffende ingebrekestelling naar verweerder is verzonden. Uit het interne postboek van het kantoor van de gemachtigd van eiseres kan immers niet worden afgeleid dat de ingebrekestelling daadwerkelijk ter verzending is aangeboden.
6. Aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij verweerder in gebreke heeft gesteld, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: