Bestuursprocesrecht
BNT UHT. Niet-ontvankelijk, geen procesbelang (meer) want alsnog beslist na beroep
Rechtbank Midden-Nederland, 26 mei 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7968 · Rechtbank Midden-Nederland · 26 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-7968
Zaakgegevens
Op 26 mei 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 mei 2025
- Datum publicatie
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/4334
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7968
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT UHT. Niet-ontvankelijk, geen procesbelang (meer) want alsnog beslist na beroep
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4334
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 29 april 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 22 juli 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Op 3 juli 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. Het beroep is ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze laatste rechtbank is namelijk de bevoegde rechtbank om op het beroep van eiseres te beslissen.
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels met het besluit van 25 juli 2024 alsnog heeft beslist op de aanvraag van eiseres. Dit betekent dat het procesbelang van eiseres bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is komen te vervallen.
5. Op grond van artikel 6:19 van de Awb is het beroep van rechtswege ook gericht tegen het besluit dat verweerder alsnog heeft genomen. De rechtbank heeft eiseres daarom op 10 januari 2025 een aangetekende brief gestuurd met het verzoek om binnen vier weken aan de rechtbank te laten weten of zij het eens is met het genomen besluit en het beroep intrekt ofwel dat zij uitlegt waarom zij het niet een sis met het alsnog genomen besluit. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank gaat daarom ervan uit dat eiseres het eens is met het alsnog genomen besluit.
6. De rechtbank zal het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk verklaren.
7. De rechtbank bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 51,- moet vergoeden.
8. Eiseres heeft geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is dan ook niet gebleken.
Beslissing
De rechtbank verklaart:
-
het beroep niet-ontvankelijk;
-
bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 51,- aan haar moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.