Bestuursprocesrecht

BNT UHT. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20, pkv toegewezen.

Rechtbank Midden-Nederland, 10 november 2025

Zaakgegevens

Op 10 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 november 2025
Datum publicatie
8 juli 2026
Zaaknummer
UTR 24/3349
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:7979
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT UHT. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20, pkv toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/3349

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. C.H. Bijvank),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 30 april 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 31 januari 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op 15 augustus 2024 heeft verweerder een inhoudelijk besluit genomen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres nog een belang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen. Doordat het besluit nu genomen is, heeft eiseres met het beroep tegen het niet tijdig beslissen namelijk al bereikt wat zij daarmee wilde bereiken. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.

2. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit. Omdat dit besluit een besluit op de aanvraag is, verwijst de rechtbank het beroep door naar de Dienst Toeslagen om daar als bezwaar te worden behandeld.

3. Gelet op het voorgaande is het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiseres niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het besluit van 15 augustus 2024 verwijst de rechtbank door naar verweerder om als bezwaarschrift te behandelen.

4. Eiseres krijgt een vergoeding voor haar proceskosten, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt

€ 453,50.

5. Ook moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ter hoogte van

€ 51,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;

  • verwijst het beroep, voor zover dat gericht is tegen het besluit van 15 augustus 2024 door naar de Dienst/Toeslagen om daar te worden behandeld als bezwaarschrift;

  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- dat eiseres heeft betaald moet vergoeden;

  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen. rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:20, derde lid, van de Awb. Artikel 6:20, vierde lid, van de Awb. Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.