Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 · Rechtbank Midden-Nederland · 18 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-1488
Zaakgegevens
Op 18 maart 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 maart 2026
- Datum publicatie
- 13 april 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/6459
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1488
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT bezwaar
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6459
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 25 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiseres heeft verweerder op 30 oktober 2025 in gebreke gesteld. Op 11 november 2025 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank stelt vast dat er dus geen twee weken zijn verstreken tussen de ontvangst van de schriftelijke ingebrekestelling door verweerder en het indienen van het beroep. Het beroep is dan ook prematuur (te vroeg) ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: