Bestuursprocesrecht
bnt besluit genomen niet-ontvankelijk
Rechtbank Midden-Nederland, 26 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3271 · Rechtbank Midden-Nederland · 26 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3271
Zaakgegevens
Op 26 februari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 februari 2026
- Datum publicatie
- 15 juni 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/6530
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3271
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bnt besluit genomen niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6530
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,
(gemachtigde: T.I. Gerritsen).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 29 augustus 2024 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 13 oktober 2023.
Bij brief van 21 oktober 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag van eiser.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag van 13 oktober 2023 van eiser.
3. De rechtbank heeft eiser bij brief van 30 april 2025 verzocht of hij uiterlijk binnen vier weken na de datum van verzending van de brief aan de rechtbank wil laten weten of hij het ofwel eens is met het besluit van 21 oktober 2024 en het beroep intrekt, ofwel dat hij uitlegt waarom hij het niet eens is het met het besluit. Eiser heeft hierop niet gereageerd.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder volledig aan de bezwaren van eiser is tegemoetgekomen. Er is namelijk een besluit op eisers aanvraag genomen, dat door eiser niet wordt betwist. Aangezien niet is gebleken van enig belang bij gegrondverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen of vernietiging van het besluit van 21 oktober 2024, zal het beroep wegens het ontbreken van proces belang niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
6. Omdat ten tijde van het indienen van het beroepschrift nog geen besluit was genomen door verweerder, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 467,-.
7. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder ook verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.