Bestuursprocesrecht

niet-ontvankelijk geen griffierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 6 maart 2026

Zaakgegevens

Op 6 maart 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
6 maart 2026
Datum publicatie
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/5987
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:3349
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

niet-ontvankelijk geen griffierecht

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5987

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 16 oktober 2025 dat eiseres heeft ingesteld tegen het besluit van verweerder van 13 oktober 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

4. Eiseres heeft op 9 november 2025 gevraagd of zij het griffierecht niet hoeft te betalen, omdat zij dit bedrag niet kan betalen. De rechtbank heeft eiseres op 25 november 2025 een brief gestuurd waarin zij vraagt of eiseres het bij de brief gevoegde formulier binnen twee weken kan invullen. Tevens staat in deze brief aangegeven dat het beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen wanneer de rechtbank het formulier incompleet of niet tijdig retour ontvangt. Eiseres heeft geen ingevuld formulier retour gezonden. Daarom heeft de rechtbank op 14 januari 2026 een brief gestuurd aan eiseres waarin staat dat haar verzoek is afgewezen en dat zij het griffierecht wel moet betalen. De rechtbank heeft op 15 januari 2025 een aangetekende brief aan eiseres gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd waarbij voor ontvangst is getekend op 17 januari 2026.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.

6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.