Bestuursprocesrecht
Deze uitspraak betreft het beroep dat eiser heeft ingediend op 17 november 2024, gericht tegen de beslissing…
Rechtbank Midden-Nederland, 26 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3541 · Rechtbank Midden-Nederland · 26 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3541
Zaakgegevens
Op 26 mei 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Datum publicatie
- 19 juni 2026
- Zaaknummer
- AWB 24/7397
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3541
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deze uitspraak betreft het beroep dat eiser heeft ingediend op 17 november 2024, gericht tegen de beslissing op bezwaar van 1 oktober 2024. Grifierecht niet betaald. Dictum: Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24 / 7397
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
en
CAK, verweerder,
Procesverloop
Deze uitspraak betreft het beroep dat eiser heeft ingediend op 17 november 2024, gericht tegen de beslissing op bezwaar van 1 oktober 2024.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk behandelt. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiser niets kan doen.
4. Eiser heeft op 25 februari 2025 verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank heeft op 3 juni 2025 om nadere informatie over dit verzoek gevraagd. Vervolgens heeft de rechtbank op 24 juni 2025 het verzoek tot betalingsonmacht afgewezen en eiser de gelegenheid gegeven alsnog het griffierecht te voldoen.
5. Eiser heeft op 13 oktober 2025 opnieuw verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank heeft op 14 oktober 2025 om aanvullende informatie gevraagd. Op 13 november 2025 heeft de rechtbank ook dit verzoek tot betalingsonmacht afgewezen en eiser opnieuw de gelegenheid gegeven het griffierecht te voldoen. In dezelfde brief verzocht de rechtbank eiser om uiterlijk 11 december 2025 het griffierecht te betalen en te reageren op het geboden herstel van het verzuim. In deze nota en brief staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet tijdig betaalt. Deze brief is per aangetekende post, gewone post en e-mail verzonden. Eiser heeft hier niet tijdig op gereageerd.
6. De rechtbank heeft het griffierecht niet ontvangen. Eiser heeft daarvoor geen tijdige en geldige reden gegeven.
7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).
8. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van M.H.G.P. Tober, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: