Bestuursprocesrecht

Niet-ontvankelijk, ingebrekestelling prematuur, igs

Rechtbank Midden-Nederland, 30 juni 2026

Zaakgegevens

Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 juni 2026
Datum publicatie
1 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/2138
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:3820
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijk, ingebrekestelling prematuur, igs

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2138


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] (België), eiser

(gemachtigde: mr. M. Kartal),

en

de minister van Financiën, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 24 december 2025 tot overname private schulden van de Sociale Banken Nederland.

Op 7 april 2026 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

3. In het verweerschrift stelt verweerder dat er geen sprake is van niet tijdig beslissen ten tijde van de ingebrekestelling. Eiser heeft op 24 december 2025 een aanvraag ingediend tot overname private schulden van de Sociale Banken Nederland. De beslistermijn eindigt pas op 24 juni 2026. De ingebrekestelling is door verweerder ontvangen op 19 februari 2026, dat is voor het einde van de beslistermijn.

4. De rechtbank is het eens met verweerder. Uit artikel 6.2, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen geldt dat binnen 6 maanden moet worden beslist op een aanvraag tot overname private schulden. Dit betekent dat verweerder op 19 februari 2026 nog niet te laat was met beslissen en dus niet in gebreke was. De ingebrekestelling is daarom niet geldig. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Eiser krijgt ook het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.