Bestuursprocesrecht
Wet open overheid (Woo) - een beroep tegen bezwaar van eiseres welk niet-ontvankelijk is verklaard - ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 20 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4618 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4618
Zaakgegevens
Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 juli 2026
- Datum publicatie
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/7078
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4618
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wet open overheid (Woo) - een beroep tegen bezwaar van eiseres welk niet-ontvankelijk is verklaard - ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 25/7078
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen
Vereniging van Volksbeschermers, te Almere, eiseres,
en
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van de minister van 4 augustus 2025. In deze beslissing is het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend.
Eiseres heeft op 9 december 2025 hiertegen beroep bij de rechtbank ingesteld.
De minister heeft op 2 februari 2026 zijn verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 4 augustus 2025. De minister had dus uiterlijk op 15 september 2026 het bezwaarschrift moeten ontvangen. De minister heeft het bezwaarschrift ontvangen op 16 september 2025. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk zal behandelen. Soms is dat anders. Dan bestaat er een geldige reden waarom het bezwaarschrift van eiseres te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. Eiseres voert in haar bezwaar aan dat zij te laat is, omdat zij (lees: haar voorzitter) van 8 augustus 2025 tot en met 6 september 2025 op vakantie was in het buitenland en hierdoor niet op de hoogte was van het besluit van de minister. Daarbij erkent eiseres dat het bezwaarschrift is ingediend op 16 september 2025, maar volgens eisers had de minister de termijnoverschrijding van slechts één dag verontschuldigbaar moeten achten, gelet op de vakantieperiode en het feit dat gaat om slechts één dag.
4. De rechtbank volgt het betoog van eiseres niet. Bij verontschuldigbare termijnoverschrijding moet het gaan om omstandigheden die niet aan een betrokkene zijn toe te rekenen. Het moet dus gaan om iets waar iemand niets aan kan doen. Dat is vaste rechtspraak. Van zulke omstandigheden is in dit geval geen sprake. Eiseres erkent wel dat haar bezwaarschrift te laat is ingediend, maar haar vakantie is geen goede reden om niet op tijd bezwaar te maken. De rechtbank wijst hierbij als eerste erop dat zij van 8 augustus 2025 tot en met 6 september 2025 op vakantie in het buitenland was. Eiseres had hierdoor, na terugkomst, nog negen dagen om op tijd een bezwaarschrift in te dienen tegen het besluit van de minister. Eiseres heeft niet toegelicht waarom dat niet is gebeurd. Ten tweede geldt dat vakantie geen geldige reden vormt voor het te laat indienen van een bezwaarschrift. Het is de verantwoordelijkheid van eiseres om tijdens haar afwezigheid haar post in de gaten te laten houden. Het is aan eiseres om tijdig bezwaar in te dienen of zo nodig hulp daarbij in te schakelen. Uit de omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd blijkt niet dat zij er niets aan heeft kunnen doen dat zij niet tijdig bezwaar heeft gemaakt.
5. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift een fatale termijn is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval blijkt, het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. De minister heeft terecht het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
7. Voor de vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: