Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 17 april 2026

Zaakgegevens

Op 17 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
17 april 2026
Datum publicatie
27 augustus 2026
Zaaknummer
UTR 26/1106
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:5920
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT UHT bezwaar

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/1106

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. W. Kort),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 8 september 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.

Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

3. Bij brief van 14 januari 2026 is verweerder in gebreke gesteld. Eiseres heeft meer dan twee weken daarna, te weten bij brief van 3 februari 2026, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar.

4. De rechtbank overweegt het volgende. Verweerder heeft op 9 september 2025 de definitieve beschikking genomen. Het bezwaarschrift van eiseres tegen dit besluit is door verweerder ontvangen op 8 september 2025. De beslistermijn om op dit bezwaar te beslissen is dus aangevangen op 22 oktober 2025 en verliep op 24 februari 2026. Dat betekent dat de ingebrekestelling te vroeg is gedaan en het beroep tegen niet tijdig beslissen in dit geval prematuur ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.

de griffier is verhinderd om deze

uitspraak mede te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

1Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. 3Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.