Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening. Kennelijk niet-ontvankelijk; geen griffierecht.
Rechtbank Midden-Nederland, 19 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6066 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6066
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2026
- Datum publicatie
- 31 augustus 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/6330
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening. Kennelijk niet-ontvankelijk; geen griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/6330
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum
(gemachtigde: N. Vidal).
Beoordeling
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 200,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandelt. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft verzoekster op 8 juli 2026 per aangetekende brief een nota gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. In deze brief staat ook dat de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres niet of niet op tijd betaalt. Deze brief is op 26 juli 2026 onbestelbaar retour gekomen.
5. De rechtbank heeft op 5 augustus 2026 de brief nogmaals zowel per gewone post als per mail aan eiseres toegezonden. Daarin is medegedeeld dat de termijn voor de betaling van het griffierecht eindigt binnen één week na de datum van de verzending van die brief.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet of niet tijdig ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:84 Awb). Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk zal behandelen.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: