Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6269 · Rechtbank Midden-Nederland · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6269
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 11 september 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/5450
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6269
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT UHT beroep te vroeg
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/5450
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. L.C. van Kasteren),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 14 oktober 2025 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Op 2 juni 2026 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiseres heeft een aanvraag om herbeoordeling ingediend. De termijn hiervan is aangevangen vanaf de dagtekening van de beslissing op bezwaar. Dit was op 14 oktober 2025. De beslistermijn is door verweerder met zes maanden verdaagd tot 14 oktober 2026.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar beroepschrift heeft ingediend op 19 mei 2026. De beslistermijn was toen nog niet verstreken. Dat betekent dat eiseres het beroepschrift prematuur (te vroeg) heeft ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroep niet inhoudelijk behandelen.
5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: