Bestuursprocesrecht

Standaard proceskostenveroordeling bij tegemoetkoming.

Rechtbank Midden-Nederland, 29 september 2026

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
30 september 2026
Zaaknummer
UTR 26/1072
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:6685
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Standaard proceskostenveroordeling bij tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/1072

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2026 op het proceskostenverzoek in de zaak tussen

USG Payrolling Solutions B.V. gevestigd in Almere, verzoekster

(gemachtigde: mr. N. Derksen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: W.M.G. van Nieuwburg).

Inleiding

1. Met het besluit van 11 september 2025 heeft het Uwv de uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) van de oud-werkneemster van verzoekster toegerekend aan verzoekster. Met het besluit op bezwaar van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv de bezwaren van verzoekster hiertegen afgewezen en dit besluit in stand gelaten. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld.

2. In beroep heeft het Uwv een nieuw besluit genomen op het bezwaar van eiseres, dat in de plaats komt van het bestreden besluit. Hierin heeft het Uwv de WIA-uitkering van de oud-werkneemster van verzoekster pro-rata aan haar toegerekend, omdat bij aanvang van de wachttijd sprake was van twee dienstverbanden. Hierop heeft verzoekster haar beroep ingetrokken, onder het gelijktijdige verzoek om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die zij voor haar beroep heeft gemaakt. Het Uwv heeft zich hiermee akkoord verklaard.

Overwegingen

3. De rechtbank doet uitspraak op het proceskostenverzoek zonder het verzoek op een zitting te behandelen.

4. Verzoekster heeft haar beroep ingetrokken, omdat het Uwv met het nieuwe besluit op bezwaar tegemoet is gekomen aan haar bezwaren. Daarin bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in beroep heeft gemaakt.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster voor de beroepsmatige rechtsbijstand van haar gemachtigde vast op € 934,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 934,-- onder een wegingsfactor 1). Dit tarief staat in het Besluit proceskosten bestuursrecht.

6. Tot slot moet het Uwv het door verzoekster voor het beroep betaalde griffierecht van € 397,-- aan haar vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 934,--.

Deze uitspraak is op 29 september 2026 in het openbaar gedaan door mr. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boerde Bruin, griffier.

griffier rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Gelet op artikel 8:75a van de Awb. Dat volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.