Aanbestedingsrecht
Aanbestedingszaak. Uitleg aanbestedingsstukken. 1 uitleg mogelijk geen transparantiegebrek. Heraanbesteding…
Rechtbank Midden-Nederland, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7207 · Rechtbank Midden-Nederland · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/aanbestedingsrecht/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2026-7207
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over aanbestedingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/612283 / KG ZA 26-310
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Aanbestedingsrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P.M. van Beers
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:7207
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanbestedingszaak. Uitleg aanbestedingsstukken. 1 uitleg mogelijk geen transparantiegebrek. Heraanbesteding wordt afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/612283 / KG ZA 26-310
Vonnis in kort geding van 8 oktober 2026
in de zaak van
1 2THELOO RAILWAY NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: 2theloo,
2. 2THELOO HOLDING B.V.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: 2theloo Holding,
3. 2THELOO RAILWAY BELGIUM B.V.,
te Temse (België),
hierna te noemen: 2theloo Railway Belgium,
4. 2THELOO RAILWAY SAS,
te Parijs (Frankrijk),
hierna te noemen: 2theloo Railway SAS,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: 2theloo e.a.,
advocaat: mr. J.P.M. van Beers,
tegen
NS STATIONS B.V.,
te Utrecht,
hierna te noemen: NS Stations,
gedaagde partij,
advocaten: mrs. P.F.C. Heemskerk en B.C. Lievers,
in welk kort geding is tussengekomen:
ONE HUNDRED RAILWAYS B.V.
te Oosterbeek,
hierna te noemen: One Hundred Railways
advocaten: mrs. E.J.M. Brenders en L.S.L. van Pelt.
1 De procedure
Processtukken voor de mondelinge behandeling
Voor de mondelinge behandeling zijn de volgende processtukken ingediend:
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 6 van 2theloo e.a.
- de conclusie van antwoord van NS Stations met productie 1
- de akte aanvullende productie (7) tevens akte uitlaten van 2theloo e.a.
- de conclusie tot interventie van One Hundred Railways
- productie 1 van One Hundred Railways.
Mondelinge behandeling
1.2 Op 29 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Mondeling vonnis over verzoek van One Hundred Railways om te interveniëren
1.3 Eerst is het incident van One Hundred Railways besproken. 2theloo en NS Stations hadden geen bezwaar tegen de door One Hundred Railways primair gevorderde tussenkomst. De voorzieningenrechter heeft daarom, in de vorm van een mondeling vonnis, de tussenkomst toegestaan. De proceskosten in dit incident zijn gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Geen van de partijen valt immers als de in het ongelijk gestelde partij aan te merken.
Bespreking zaak
Partijen hebben aan de hand van pleitnota’s/spreekaantekeningen hun standpunten verder toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord.
Vonnis
Aan partijen is aan het einde van de mondelinge behandeling meegedeeld dat op uiterlijk 21 oktober 2026 vonnis wordt gewezen.
2 De kern van het kort geding
Het gaat in dit kort geding om de vraag of sprake is van een transparantiegebrek in de door NS Stations georganiseerde Europese openbare aanbestedingsprocedure, omdat de aanbestedingsstukken door een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigde/inschrijver (de maatman gegadigde/inschrijver) op meerdere manieren kan zijn begrepen. De uitkomst is dat dit niet zo is.
3 De achtergrond van het kort geding
NS Stations heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het ontwerpen, inrichten (middels een beperkte of volledige verbouwing) en exploiteren van bemenste toiletten op 22 toiletlocaties op 21 stations in Nederland.
NS Stations wil een (exploitatie-)overeenkomst sluiten met een duur van 10 jaar, ingaande op 2 december 2026 en lopende tot en met 30 november 2036.
Het gunningscriterium is de beste prijs kwaliteitsverhouding.
theloo heeft (met een beroep op de financiële draagkracht van eisers 2 tot en met 4) meegedaan aan deze aanbestedingsprocedure.
De (concessie)opdracht is voorlopig gegund aan One Hundred Railways.
theloo e.a. vorderen in dit kort geding een heraanbesteding. In verband met deze vordering vorderen zij ook een gebod tot intrekking van de gunningsbeslissing, een verbod om uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing, en een gebod om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden.
2theloo e.a. voeren als grondslag daarvoor aan dat sprake is van een transparantiegebrek omdat de in de aanbestedingsstukken vermelde beoordelingsmethodiek door de maatman gegadigde/inschrijver op meerdere manieren kan worden begrepen.
4 De beoordeling
Oordeel
Deze vorderingen worden afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.
Uitgangspunt: heraanbesteding als sprake is van transparantiegebrek
Uitgangspunt is dat een heraanbesteding kan worden toegewezen als sprake is van een transparantiegebrek in de aanbestedingsstukken. Daarvan is sprake als de bewoordingen van de aanbestedingsstukken, objectief bezien, steun bieden voor verschillende uitleg door de maatman gegadigde/inschrijver.
Uitlegmaatstaf
Het gaat dus om uitleg van de aanbestedingsstukken. Bij die uitleg komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de betreffende passage uit de aanbestedingsstukken, bezien in samenhang met de voor de uitleg relevante bewoordingen in de overige aanbestedingsstukken. De bedoeling van de aanbestedende dienst speelt daarbij geen rol, tenzij die bedoeling duidelijk en ondubbelzinnig uit de aanbestedingsstukken blijkt.
Relevante bepalingen voor de uitleg van de beoordelingsmethodiek van gunningscriterium kwaliteit
In dit kort geding gaat het om de uitleg van de beoordelingsmethodiek met betrekking tot het gunningscriterium kwaliteit. Over dit onderwerp zijn volgens alle partijen alleen bepalingen opgenomen in de Gunningsleidraad van 2026. Het gaat dan om hoofdstuk 6 en 8 van de Gunningsleidraad. Hierna worden de relevante bepalingen uit deze hoofdstukken geciteerd.
6.1 Inleiding (…) In dit Hoofdstuk beschrijven wij de Gunningscriteria en voor elk Gunningscriterium hebben wij de beoordelingsmethodiek omschreven.
6.2 Beschrijving Gunningscriteria De opdracht wordt gegund aan de inschrijver die de beste Prijs Kwaliteit verhouding heeft aangeboden op basis van de onderstaande subGunningscriteria.
6.3 Gunningsmethodiek Zoals hierboven aangegeven biedt NS de mogelijkheid om in te schrijven met de optie “Partial Staffing” maar heeft dit niet de voorkeur van NS. NS zal daarom eerst de geldige Inschrijvingen beoordelen die GEEN gebruik maken van de optie “Partial Staffing”. Deze Inschrijvingen worden beoordeeld op basis van de volgende Gunningscriteria: • Prijs (weging 40%); maximaal 100 punten → gewogen maximaal 40 punten. • Kwaliteit (weging 60%) maximaal 100 punten→ gewogen maximaal 60 punten.
6.5 Kwaliteit Het Gunningcriterium Kwaliteit bestaat uit de volgende subGunningscriteria: • SubGunningscriterium 1 Plan van Aanpak (weging 40%) • SubGunningscriterium 2 Concept/ Ontwerp (weging 40%) • SubGunningscriterium 3 Duurzaamheid (weging 20%)
6.5.1. SubGunningscriterium K1: Plan van aanpak Doelstelling subgunningscriterium (…).
Aspecten In het subGunningscriterium Plan van Aanpak dient de inschrijver de volgende aspecten zo goed mogelijk te beschrijven • Aspect 1: (Verstoringen) (…) • Aspect 2: (Sociale Veiligheid) (…)
Let op: (…)
Het beoordelingsteam beoordeelt het subGunningscriterium K1 en de toelichting er op integraal (en geeft dus niet per afzonderlijk aspect een score).
Opmaak:
(…)
6.5.2. SubGunningscriterium K2 Concept
Doelstelling subgunningscriterium NS is op zoek naar een partij die een eigen toiletconcept ontwikkelt dat bezoekers van het station uitnodigt om gebruik te maken van dit toilet omdat het concept veilig, schoon en aangenaam voelt. Dit alles binnen de ontwerpeisen en -kaders zoals gesteld in het PvE. Het ontwerp wordt beoordeeld op basis van de doelstelling: - De bezoeker van de toiletruimte dient een aangename, comfortabele en veilige ervaring te hebben tijdens het bezoek aan de bemenste toiletten op het station.
Aanvullende toelichting behorend bij doelstelling Inschrijvers dienen een ontwerp aan te leveren op basis van een door hen (reeds) ontwikkeld toiletconcept, zoals gedefinieerd in het PvE, waarvan zij zelf de intellectuele eigendomsrechten bezitten en/of over het recht beschikken dat dit op de stationslocaties kan worden geëxploiteerd. Het ontwerp dat bij de inschrijving wordt gevoegd dient te voldoen aan de in de Aanbestedingsstukken, waaronder het PvE, gestelde eisen.
Het aan te leveren ontwerp dient te worden gemaakt voor tweetal locaties, namelijk 1) Nijmegen (Beperkte Verbouwing) en 2) Utrecht Centraal (Volledige Verbouwing). De ontwerpen dienen uit te gaan van de actuele oppervlakte en grootte van de huidige toiletruimte. Daarmee zijn de ontwerpen realistisch en direct bruikbaar na Gunning. Daarnaast dient Inschrijver voor dit subgunningscriterium een tekstuele toelichting mee te sturen waarin uitleg wordt gegeven over het ontwerp.
Aspecten In de beoordeling van het subGunningscriterium K2 Concept beoordeelt NS de aangeleverde stukken op basis van de volgende aspecten: • Aspect 1: (Veiligheid) Een ontwerp waarbij de bezoeker zich veilig voelt. Denk hierbij aan sociale en fysieke veiligheid. Een voorbeeld hiervan is een overzichtelijk ontwerp (Bijvoorbeeld: licht en open (zonder verborgen hoekjes). • Aspect 2: (Comfort/Beleving) Een ontwerp dat zorgt voor voldoende comfort. Denk hierbij aan fysiek, functioneel, audiovisueel comfort zoals bijvoorbeeld: Logische, ergonomische indeling van het ontwerp en het toepassen van extra gemakken en voorzieningen waardoor het comfort verbetert. Maar ook een prettige beleving voor de bezoeker zoals een prettige geur, licht, kleur. • Aspect 3: (Netheid) Een ontwerp wat hygiëne en netheid bevordert. Denk hierbij aan ontwerpkeuzes of het gebruik van materialen die reinheid bevorderen bijvoorbeeld omdat het makkelijk is schoon te houden. Het beoordelingsteam beoordeelt het subsubGunningscriterium K2 Concept conform de tabel in paragraaf 6.5.4.
6.5.3. SubGunningscriterium K3 Duurzaamheid
Algemeen Nederland duurzaam bereikbaar, dat is waar wij voor staan. Daarom ondernemen we fossielvrij, circulair en groen. Voor en door iedereen.
Leveranciers zijn voor ons essentieel in onze missie om onze diensten en producten verder te verduurzamen. Daarnaast heeft NS een rapportageverplichting vanuit de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Fossielvrij: NS heeft de ambitie om fossielvrij te ondernemen. Dat betekent dat we op elk moment van de dag onafhankelijk willen zijn van fossiele brandstoffen, dat we streven naar een waardeketen die netto nul broeikasgassen uitstoot. Circulair: Circulair ondernemen betekent voor NS zo min mogelijk nieuwe grondstoffen gebruiken, optimaal gebruikmaken van eigen materialen en geen afval veroorzaken. NS heeft de ambitie om volledig circulair in te kopen, materialen maximaal te (her)gebruiken en geen afval meer te creëren op kantoren, werkplaatsen en in treinen en stations.
Groen: Door groen te ondernemen, draagt NS positief bij aan biodiversiteit, gezondheid, klimaatverandering en -adaptatie. We zorgen voor meer én biodiversere natuur bij onze stations en werkplaatsen.
Voor iedereen/Door iedereen Social Return sluit aan bij de missie van NS op Inclusiviteit en Participatie. Inzetten op Social Return vergroot de kans op werk voor mensen die moeilijk aan een baan komen. (…)
Doelstelling subgunningscriterium NS is op zoek naar een partij die een maximale bijdrage levert aan het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen van NS op het gebied van energie en waterge/verbruik. Dit alles binnen de ontwerpeisen en -kaders zoals gesteld in het PvE. Aanvullende toelichting behorend bij doelstelling Inschrijvers wordt gevraagd in een Duurzaamheidsplan aan te geven hoe zij gaan bijdragen aan duurzaamheidsdoelstellingen van NS door het energie- en waterge/verbruik zoveel mogelijk te beperken. U dient te beschrijven hoe u invulling geeft en extra doet bovenop de minimumvereisten in het PvE. Aspecten In het subGunningscriterium K3 Plan van aanpak Duurzaamheid dient Inschrijver in elk geval de volgende aspecten zo SMART mogelijk te beschrijven: • Aspect 1: (Energie ge/verbruik); Welke duurzame keuzes maakt Inschrijver met als doel om het Energie ver/gebruik zo veel mogelijk te beperken. Maak hierin onderscheid tussen de ontwerp/realisatiefase en de exploitatiefase.
• Aspect 2: (Water ge/verbruik); Welke duurzame keuzes maakt Inschrijver met als doel om het Water ver/gebruik zo veel mogelijk te beperken. Maak hierin onderscheid tussen de ontwerp/realisatiefase en de exploitatiefase.
Beoordeling van subGunningscriterium Duurzaamheid K3
Dit subGunningscriterium wordt beoordeeld aan de hand van de kwalitatieve beoordelingstabel in paragraaf 6.5.4.
6.5.4 Beoordeling van kwaliteit
Beoordelingsscore De volgende beoordelingstabel wordt gebruikt, voor de kwalitatieve subGunningscriteria, om tot een score te komen:
|
Score |
Beschrijving |
Percentage van maximum aantal punten per subGunningscriterium |
|
10 |
De gevraagde aspecten zijn in het antwoord concreet en realistisch behandeld en de beantwoording Geeft NS nieuwe inzichten/verrast NS, en/of voegt aantoonbare waarde toe, en/of toont aan dat de aanpak succesvol is, en/of toont pro activiteit/ denkt aantoonbaar verder mee dan de beschrijving van NS en |
Score 10 is 100% |
|
7 |
De gevraagde aspecten zijn in het antwoord concreet en realistisch behandeld en |
Score 7 is 70% |
|
5 |
De gevraagde aspecten zijn behandeld of grotendeels behandeld en de gevraagde aspecten hadden op onderdelen meer concreet en meer realistisch uitgewerkt kunnen zijn en/of |
Score 5 is 50% |
|
1 |
De gevraagde aspecten zijn niet of voor een groot deel niet behandeld en de uitwerking van de aspecten is onvoldoende concreet en/of onvoldoende realistisch voor onderhavige opdracht en/of |
Score 1 is 10% |
Voor het subGunningscriterium Kwaliteit (K2 Concept) geldt een minimale kwaliteitsscore
van 5. Indien u minder punten scoort, wordt u uitgesloten van verdere deelname.
Berekening van de totaalscore: een rekenvoorbeeld
De berekening van de winnende Inschrijving (meeste punten) vindt plaats conform de volgende
formule: Totaalscore = (score prijs * 0,4 of 40%) + (totale kwaliteitsscore * 0,6 of 60%)
8.3 Beoordeling Kwaliteit
(…)De Inschrijvingen worden voorgelegd aan het beoordelingsteam. De score per kwalitatief subGunningscriterium wordt door elk lid van het beoordelingsteam individueel bepaald. Vervolgens worden de individuele scores naast elkaar gelegd en besproken gedurende een gezamenlijke sessie onder begeleiding van een procesbegeleider. Daarna worden de definitieve scores per inschrijver per kwalitatief subGunningscriterium in consensus bepaald.
Door partijen verdedigde uitleg
Partijen verschillen van mening over de uitleg van de hiervoor weergegeven bepalingen uit de Gunningsleidraad.
NS Stations en One Hundred Railways
NS Stations en One Hundred Railways stellen zich op het standpunt dat de maatman gegadigde/inschrijver zal hebben begrepen dat de beoordeling van gunningscriterium kwaliteit als volgt gaat:
-
subGunningscriterium K1 wordt beoordeeld aan de hand van de twee aspecten genoemd in paragraaf 6.5.1. (Verstoringen en Sociale Veiligheid). Aan deze twee aspecten wordt één integrale score toegekend conform de beoordelingstabel in paragraaf 6.5.4,
-
subGunningscriterium K2 (Concept/Ontwerp) wordt beoordeeld aan de hand van de drie beoordelingsaspecten genoemd in paragraaf 6.5.2. Deze beoordelings-aspecten zijn subsubGunningscriteria. Aan elk subsubGunningscriterium wordt een score toegekend conform de beoordelingstabel uit paragraaf 6.5.4. De optelsom van die afzonderlijke scores is de score voor het subGunningscriterium K2,
-
subGunningscriterium K3 (Duurzaamheid) wordt beoordeeld aan de hand van de twee beoordelingsaspecten genoemd in paragraaf 6.5.3. Deze beoordelingsaspecten zijn subsubGunningscriteria. Aan elk subsubGunningscriterium wordt een score toegekend conform de beoordelingstabel uit paragraaf 6.5.4. De optelsom van die afzonderlijke scores is de score voor het subGunningscriterium K3.
Zo zijn aan 2theloo de volgende punten toegekend
|
Plan van Aanpak (40% van kwaliteit) |
28 |
|
Concept / Ontwerp (40% van kwaliteit) |
40 |
|
Veiligheid |
13,33 |
|
Comfort |
13,33 |
|
Netheid |
13,33 |
|
Duurzaamheid (20% van kwaliteit) |
17,00 |
|
Energie |
7 |
|
Water |
10 |
NS Stations en One Hundred Railways hangen deze door hen verdedigde uitleg vooral op aan het feit dat bij K1 uitdrukkelijk is vermeld dat het beoordelingsteam het subGunningscriterium K1 en de toelichting erop integraal beoordeelt en dus niet per afzonderlijk aspect een score geeft, terwijl dit niet bij K2 en K3 is vermeld.
Voor K2 geldt dan nog dat in de Gunningsleidraad is vermeld dat het beoordelingsteam het “subsubGunningscriterium” K2 conform de tabel in paragraaf 6.5.4 beoordeelt.
2theloo e.a.
theloo e.a. stellen zich op het standpunt dat de hiervoor weergegeven bepalingen uit de Gunningsleidraad door de maatman gegadigde/inschrijver objectief bezien op twee manieren kan worden uitgelegd, namelijk op:
-
de door 2theloo e.a. begrepen manier, en
-
de door NS Stations en One Hundred Railways verdedigde manier.
De door 2theloo begrepen manier houdt in dat per subGunningscriterium (K1, K2 en K3) een score wordt toegekend op basis van de beoordelingstabel zoals genoemd in paragraaf 6.5.4 waarbij de mate van uitwerking van de aspecten bepalen welk cijfer wordt toegekend.
Dat ook de uitleg van NS Stations en One Hundred Railways mogelijk zou zijn, ontleent 2theloo e.a. aan een opmerking in een brief van NS Stations van mei 2026 waarin
NS Stations reageert op een brief van 2theloo over de toegepaste beoordelingsmethodiek. Die opmerking luidt als volgt: In uw brief refereert u onder meer aan het feit dat in de tabel in paragraaf 6.5.4 wordt gerefereerd aan "de gevraagde aspecten" en het feit dat in paragraaf 8.3 ("Beoordeling kwaliteit") staat dat "de score per kwalitatief subGunningscriterium wordt door elk lid van het beoordelingsteam individueel bepaald. (...) Daarna worden de definitieve scores per inschrijver per kwalitatief subGunningscriterium in consensus bepaald." NS begrijpt dat dit tot verwarring kan hebben geleid (vetgedrukt door de voorzieningenrechter).
Eén manier waarop kan worden uitgelegd: de door 2theloo begrepen manier
Geoordeeld wordt dat de hiervoor geciteerde bepalingen uit de Gunningsleidraad maar op één manier door de maatman gegadigde/inschrijver kan zijn begrepen en dat is op de door 2theloo begrepen manier. De tekst van deze bepalingen houdt in dat:
-
de opdracht wordt gegund aan de inschrijver die de beste Prijs Kwaliteit verhouding heeft aangeboden op basis van de in hoofdstuk 6 genoemde subGunningscriteria (zie paragraaf 6.2).
-
er voor kwaliteit drie subGunningscriteria zijn: K1 (Plan van Aanpak), K2 (Concept) en K3 (Duurzaamheid) (zie paragraaf 6.5)
-
bij alle drie de subGunningscriteria “aspecten” worden genoemd die van belang zijn voor de beoordeling van het betreffende subGunningscriterium (zie paragrafen 6.5.1, 6.5.2 en 6.5.3)
-
de beoordelingstabel zoals afgebeeld in 6.5.4 van de Gunningsleidraad wordt gebruikt om tot een score voor de kwalitatieve “subGunningscriteria” te komen (zie paragraaf 6.5.4)
-
de score per kwalitatief subGunningscriterium door een beoordelingsteam wordt bepaald, eerst individueel en daarna in consensus (zie paragraaf 8.3).
De tekst van de hiervoor geciteerde bepalingen uit de Gunningsleidraad bieden geen grond voor de uitleg zoals door NS Stations en One Hundred Railways bepleit.
De maatman gegadigde/inschrijver zal op grond hiervan niet hebben begrepen dat de onder K2 en K3 genoemde “aspecten” subsubGunningscriteria zijn en dat afzonderlijk op deze “subsubGunningscriteria” zou worden gescoord aan de hand van de beoordelingstabel zoals vermeld in 6.5.4 van de Gunningsleidraad.
Het woord “subsubGunningscriteria” wordt slechts één keer genoemd in de Gunningsleidraad bij de toelichting van subGunningscriterium K2. De maatman gegadigde/inschrijver zal gelet op de context van de zin waarin deze term is genoemd hebben begrepen dat dit een kennelijke verschrijving is. Er staat “ Het beoordelingsteam beoordeelt het subsubGunningscriterium K2 Concept conform de tabel in paragraaf 6.5.4.” Het gaat volgens deze zin om de beoordeling van “K2 (Concept)” en dat is geen subsubGunningscriterium, maar een subGunningscriterium. Bovendien wordt in deze zin in enkelvoud gesproken en niet in meervoud. Het gaat dus om één criterium en niet om drie criteria zoals NS Stations en One Hundred Railways bepleiten.
Er wordt in de relevante bepalingen verder nergens gesproken over subsubGunningscriteria. Er wordt bij de toelichting van de subGunningscriteria K1, K2 en K3 slechts gesproken over “aspecten” die worden meegewogen bij de beoordeling van het betreffende subGunningscriterium. Dat is iets dan dat sprake is van een subsubGunningscriterium.
De maatman gegadigde/inschrijver zal bovendien niet hebben begrepen dat het woord “aspecten” bij K1 een andere betekenis heeft dan bij K2 en K3.
Dat bij K1 wordt vermeld dat integraal wordt gescoord en dat dit bij K2 en K3 niet is vermeld, is daarvoor onvoldoende. Dat is wat wordt genoemd een a contrario redenering. Het ligt niet voor de hand dat een dergelijke redenering wordt gemaakt door de maatman gegadigde/inschrijver. Zeker niet nu in 6.5.4 staat dat de daarin afgebeelde beoordelingstabel wordt gebruikt voor de “kwalitatieve subGunningscriteria”. Er staat niet dat die beoordelingstabel ook wordt gebruikt voor de “kwalitatieve subsubGunningscriteria” of “de beoordelingsaspecten van K2 en K3”. Dan is nog van belang dat bij de toelichting van het subgunningscriterium K2 en K3 in enkelvoud wordt gezegd dat de beoordelingsteam het subgunningscriterium beoordeelt conform de tabel in paragraaf 6.5.4. Dit duidt erop dat er maar één criterium is en niet meerdere criteria.
Dat NS Stations te kennen heeft gegeven dat zij begrijpt dat verwarring is ontstaan, is gelet op de toepasselijke uitlegmaatstaf niet van belang. Het gaat er om hoe de maatman gegadigde/inschrijver de aanbestedingsstukken heeft begrepen.
Dat het niet de bedoeling van NS Stations was om de beoordelingsmethodiek op de manier waarop het moet worden uitgelegd toe te passen, is ook niet relevant. Die bedoeling blijkt niet uit de aanbestedingsstukken.
Uitkomst
De uitkomst is dat de beoordelingsmethodiek maar op één manier door de maatman gegadigde/inschrijver kan zijn begrepen. Dat is niet de door NS Stations verdedigde en toegepaste manier, maar de manier waarop 2theloo e.a. de beoordelingsmethodiek hebben begrepen. Er is dus geen sprake van een transparantiegebrek die een heraanbesteding rechtvaardigt.
Wel is sprake van een gebrek in die zin dat NS Stations niet de aangekondigde beoordelingsmethodiek heeft toegepast. Dat gebrek rechtvaardigt echter niet de door 2theloo e.a. gevorderde heraanbesteding. Hoogstens zou dit een herbeoordeling rechtvaardigen, maar 2theloo e.a. hebben er bewust vanaf gezien om een vordering tot herbeoordeling in te stellen.
Afwijzing vorderingen
4.11 De conclusie is dat de vorderingen van 2theloo e.a. moeten worden afgewezen.
Aan de bespreking van de verweren van NS Stations en One Hundred Railways dat sprake is van rechtsverwerking en dat 2theloo e.a. geen voldoende belang hebben bij hun vorderingen wordt niet meer toegekomen.
Proceskosten
4.13 2theloo e.a. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van NS Stations en One Hundred Railways betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.766,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.690,00 |
De door NS Stations en One Hundred Railways over deze proceskosten gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
theloo e.a. worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze proceskosten en wettelijke rente.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van 2theloo e.a. af,
veroordeelt 2theloo e.a. hoofdelijk tot betaling aan NS Stations van:
-
de proceskosten van € 2.690,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als 2theloo e.a. niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
-
de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de onder a genoemde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
veroordeelt 2theloo e.a. hoofdelijk tot betaling aan One Hundred Railways van:
-
de proceskosten van € 2.690,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als 2theloo e.a. niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
-
de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de onder a genoemde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart de onderdelen 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad,
|
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op |
||
4374