Aanbestedingsrecht

Aanvraag prioriteit elektriciteitsaansluiting niet in behandeling genomen door gemeente. gelijkheidsbeginsel…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2026

Zaakgegevens

Op 30 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over aanbestedingsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
30 september 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/452581 / KG ZA 26-362
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. M.A.J. Kemps
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:10018
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aanvraag prioriteit elektriciteitsaansluiting niet in behandeling genomen door gemeente. gelijkheidsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/452581 / KG ZA 26-518

Vonnis in kort geding van 30 september 2026

in de zaak van

1 LIMBUS HOLDING B.V.,

te Oirschot,
2. BULSINK REAL ESTATE B.V.,

te Son en Breugel,

eisers,

hierna te gezamenlijk te noemen Bulsink c.s.,

advocaat: mr. M.A.J. Kemps,

tegen

GEMEENTE LOON OP ZAND,

te Kaatsheuvel,

gedaagde,

hierna te noemen: de gemeente

gemachtigde: mr. E. Tops-Cinar.

1 De zaak in het kort

1.1.

De gemeente weigert het Project dat Bulsink wil realiseren in [plaats] op te nemen op de definitieve prioriteringslijst voor schaarse netcapaciteit bij netbeheerder Enexis omdat de bij de aanvraag vereiste bestuursverklaring niet uiterlijk op 4 september 2026 door Bulsink is aangeleverd. De vordering van Bulsink strekt ertoe dat het Project alsnog op de lijst wordt opgenomen. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen. Die beslissing wordt hierna toegelicht.

2 procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 13,
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 4,

- de mondelinge behandeling van 30 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Bulsink c.s.,
- de pleitnota van de gemeente.

3 De feiten

3.1.

Bulsink houdt zich onder meer bezig met het ontwikkelen van onroerend goed. Zij wil in de gemeente ter plaatse van [adres] de bouw van 13 of 14 appartementen (hierna: het Project) realiseren.

3.2.

In de regio zit het elektriciteitsnet vol als gevolg van netcongestie. Sinds 1 juli 2026 is er geen garantie meer dat woningbouwprojecten een elektriciteitsaansluiting

(transportcapaciteit) krijgen en komen deze op een wachtlijst te staan. Gemeenten krijgen daarbij de mogelijk tot het ‘eerder aanvragen’ van aansluitingen voor woningbouwprojecten waarvan de bouw binnen 10 jaar begint. Voor projecten waarvan de bouw binnen 5 jaar start, kan daarnaast ook prioriteit worden aangevraagd.

3.3.

De gemeente heeft in het Gemeenteblad van 19 augustus 2026 bekend gemaakt dat zij op 1 oktober 2026 begint met het aanmelden van projecten bij netbeheerder Enexis. Zij heeft daarbij het proces bekendgemaakt onder de titel “Bekendmaking proces voor eerder aanvragen van elektriciteitsaansluitingen en prioriteit” In de bekendmaking staat onder andere vermeld dat 19 augustus 2026 de start voor aanmeldingen via de website is, dat 4 september 2026 de laatste dag is voor aanmelding, dat op 14 september 2026 de ontwerp-volgordelijst wordt vastgesteld en dat op 28 september 2026 de definitieve volgorde lijst wordt vastgesteld.

3.4.

In de Beleidsregels Aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Loon op Zand staat, voor zover van belang, het volgende:

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

1. De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 4 september 2026.

3. Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente

om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en

transportcapaciteit garandeert.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

1. De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

2. (…).

3. Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de

projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.

4. (…)”.

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de

taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief,(…)

b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te

starten met de activiteiten of de taken (…) en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de

gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal

starten;

d een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026

compleet zijn;

e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

f. instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de

verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken

genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;

g als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

h. als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze

voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

3.5.

In de toelichting bij het besluit tot vaststelling van de beleidsregels staat:

“Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.”

en

“De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in

staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de

gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het

verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen”

en

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan

worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een

transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de

daaraan verbonden tijdvakken.

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere

projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van

een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden

ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het

verzoek om prioritering in zal dienen.”

3.6.

Bulsink heeft op 31 augustus 2026 een aanvraag ingediend, waarbij zij gebruik heeft gemaakt van het gemeentelijk aanmeldformulier. Bij de aanvraag is geen bestuursverklaring gevoegd.

3.7.

De gemeente heeft Bulsink bij email van 2 september 2026 bericht:

“We hebben uw ‘aanvraagformulier aanvragen prioriteit aansluiting elektriciteitsnet’ gecontroleerd op volledigheid. Daarbij is gebleken dat nog enkele gegevens en/of bijlagen ontbreken. Wij verzoeken u daarom onderstaande informatie aan te vullen:

(…)

Daarnaast moet er in alle gevallen een bestuursverklaring worden bijgevoegd als bijlage. Het format voor de

bestuursverklaring vindt u in de bijlage van deze mail. Dit formulier dient te worden ingevuld en ondertekend. Indien van toepassing moet hierbij ook een uittreksel uit de Kamer van Koophandel worden bijgevoegd.

Wij ontvangen de ontbrekende informatie graag uiterlijk 4 september 2026 door te reageren op deze e-mail. Wanneer wij de aanvullende gegevens hebben ontvangen, kunnen wij uw aanvraag verder verwerken.”.

3.8.

Bulsink heeft de bestuursverklaring niet op 4 september 2026 aangeleverd.

3.9.

Door de gemeente is op 14 september 2026 de ontwerp-volgordelijst is vastgesteld. Bulsink heeft daarna vastgesteld dat het Project niet op de lijst stond en zij heeft bij de gemeente hierover navraag gedaan.. De gemeente heeft Bulsink op 21 september 2026 medegedeeld dat het Project niet op de lijst is gezet omdat de bestuursverklaring, ondanks eerder verzoek daartoe, niet door Bulsink is aangeleverd.

3.10.

Bulsink heeft de bestuursverklaring op 23 september 2026 alsnog aan de gemeente gestuurd, en daarna nogmaals (met de vereiste handtekeningen) op 29 september 2026 .

3.11.

De gemeente weigert Bulsink alsnog op de lijst te plaatsen

4 Het geschil

4.1.

Bulsink vordert de gemeente te veroordelen om het Project binnen 4 uur na betekening van dit vonnis, althans uiterlijk voor 1 oktober 2026 op te nemen op de Lijst.

4.2.

De gemeente heeft daartegen verweer gevoerd. Op dat verweer en de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Bulsink heeft aan de vordering, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Bulsink heeft, gelet op de bepalingen van artikel 5 van de beleidsregels, op 31 augustus 2026 tijdig een aanvraag voor plaatsing op de volgordelijst gedaan. Bulsink merkt 4 september 2026 aan als fatale datum voor het doen van een aanvraag. Bulsink onderkent dat haar aanvraag op 4 september 2026 onvolledig was, met name omdat de bestuursverklaring als bedoeld in artikel 8 van de beleidsregels ontbrak. De aanvraag is wel tijdig ingediend, maar onvolledig. De beleidsregels bevatten echter geen deadline waarbinnen onvolledige verzoeken alsnog moeten worden gecomplementeerd. Dat 4 september 2026 niet als deadline voor een complete aanvraag geldt is ook af te leiden uit het feit dat de gemeente op 14 september 2026 eerst een ontwerp-volgordelijst vaststelt, dan aan belanghebbenden de gelegenheid biedt een zienswijze in te dienen en de definitieve lijst op 28 september 2026 zou vaststellen.

5.2.

De gemeente betoogt, samengevat, het volgende. Bulsink heeft geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat daaraan in de weg staat dat zij de situatie waarin zij nu verkeert zelf in het leven heeft geroepen door zoals zij zelf zegt ‘onachtzaamheid’. Als dat anders is, dan moest Bulsink op grond van de beleidsregels begrijpen dat zij op 4 september 2026 een volledige aanvraag moest hebben ingediend om aanspraak te kunnen maken op beoordeling van die aanvraag en plaatsing op de volgordelijst. Het op 29 september 2026 overleggen van een juist ondertekende bestuursverklaring brengt niet mee dat Bulsink met terugwerkende kracht tot 4 september 2026 een volledige aanvraag heeft ingediend en dat de gemeente die aanvraag alsnog dient te beoordelen en vervolgens, afhankelijk van die beoordeling, Bulsink een positie op de volgordelijst dient toe te kennen. Daarmee zou de gemeente immers jegens de 68 partijen die uiterlijk 4 september 2026 een juiste volledige aanvraag hebben ingediend in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel handelen.

5.3.

De voorzieningenrechter oordeelt dat Bulsink spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening heeft nu de gemeente morgenochtend de volgordelijst aan de netbeheerder dient te verstrekken en Bulsink niet op die lijst voorkomt, terwijl zij dat wel wil. De omstandigheid dat de huidige situatie aan Bulsink zelf is te wijten maakt dat niet anders nu van moedwillig handelen van Bulsink geen sprake is.

5.4.

De voorzieningenrechter overweegt voorts het volgende. De Energiewet geeft de gemeente een regisserende rol met betrekking tot aansluitingen op het elektriciteitsnet in een gebied waar netcongestie bestaat. Diverse netbeheerders voeren het beheer over het net. In een geval als hier aan de orde waarin de gemeente gegadigden selecteert voor plaatsing op een volgordelijst om met prioriteit transportcapaciteit van elektriciteit van de netbeheerder te verkrijgen en vaststaat dat er meerdere gegadigden voor dit schaarse goed zijn, zal de gemeente met inachtneming van de haar toekomende beleidsruimte criteria moeten opstellen aan de hand waarvan de gegadigden worden geselecteerd. Deze criteria moeten objectief, toetsbaar en redelijk zijn. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat de gemeente, teneinde gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van het schaarse goed, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. De gemeente moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken op zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen (HR 26-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) .

5.5.

De gemeente heeft op 29 augustus 2026 in het Gemeenteblad een ‘Bekendmaking proces voor eerder aanvragen van elektriciteitsaansluitingen en prioriteit’ gepubliceerd, zoals is weergegeven onder de feiten.

5.6.

Gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026 heeft de gemeente vervolgens de ‘Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Loon op Zand’ opgesteld en bekend gemaakt, zoals weergegeven onder de feiten.

5.7.

Bulsink heeft op 26 augustus 2026 beoogd een aanvraag in te dienen voor het onderhavige project, maar heeft toen een aanvraag voor een ander project ingediend waarop hij door de gemeente is gewezen. Op 31 augustus 2026 heeft Bulsink opnieuw een aanvraag voor het onderhavige project ingediend. Op 2 september 2026 heeft de gemeente Bulsink op een aantal omissies gewezen, zoals weergegeven onder de feiten. Bulsink heeft de omissies niet uiterlijk op 4 september 2026 hersteld. Op 29 september 2026 heeft Bulsink een door (namens) haar beide gezamenlijk bevoegde bestuurders ondertekende bestuursverklaring verstrekt.

5.8.

Het gaat hier om de vraag hoe een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende aanvrager de door de gemeente opgestelde regels, die transparant moeten zijn, met betrekking tot de selectieprocedure en het tijdschema behoorde te begrijpen. Bij de beantwoording van deze vraag dienen de door de gemeente opgestelde stukken, hierboven geciteerd, in onderling verband en samenhang te worden bezien. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende aanvrager de mededeling in het Gemeenteblad bezien in samenhang met artikel 5 lid 2 en artikel 6 lid 3 van de beleidsregels, gelet op de duidelijke bewoordingen ervan in de tekst en in de toelichting, behoorde te begrijpen in die zin dat een aanvraag uiterlijk op 4 september 2026 diende te zijn ingediend en volledig diende te zijn. De bepaling in artikel 6 lid 3, inhoudende dat een verzoek dat onvolledig is niet in behandeling wordt genomen en dat de gemeente kan bepalen dat een mogelijkheid tot herstel van een onvolledige aanvraag wordt geboden, maar ook kan bepalen dat geen mogelijk wordt geboden tot herstel van een onvolledige aanvraag behoorde de aanvrager te begrijpen in die zin dat in geval van een vóór 4 september 2026 ingediende onvolledige aanvraag nog een termijn voor herstel kon worden gegeven, maar in geval van een aan het einde van 4 september 2026 ingediende aanvraag niet. De toelichting op de beleidsregels is daarover volstrekt duidelijk.

5.9.

Nu de gemeente aan Bulsink de gelegenheid heeft geboden tot herstel tot uiterlijk 4 september 2026 en Bulsink die termijn niet heeft benut heeft Bulsink niet gehandeld conform de door de gemeente in de beleidsregels voorgeschreven selectieprocedure en tijdschema.

5.10.

De gemeente zou in strijd met het door haar in acht te nemen gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel handelen indien zij ondanks de geldende regels de door Bulsink op 29 september 2026 ingediende juiste bestuursverklaring zou accepteren, de aanvraag alsnog als volledig zou aanmerken en alsnog zou beoordelen. Alle aanvragers mochten erop vertrouwen dat alleen aanvragers die de door de gemeente opgestelde regels voor de selectieprocedure en het tijdschema eerbiedigen, hun ‘concurrent’ op de volgordelijst zouden worden voor het schaarse goed, prioriteit voor aansluiting en transportcapaciteit op het elektriciteitsnet.

5.11.

De voorzieningenrechter onderkent dat de gevolgen voor Bulsink van het niet honoreren van haar aanvraag groot zijn. Er is hier echter geen sprake van een verzuim van ondergeschikt belang. De bestuursverklaring is de kern van de aanvraag voor prioritering. Zonder die verklaring is een aanvraag niet te beoordelen en is aldus een positie tussen andere aanvragers ook niet te bepalen. De gemeente heeft Bulsink (tweemaal, zie hierboven nummer 7) de gelegenheid geboden een volledige en deugdelijke aanvraag in te dienen. Bulsink heeft niet de zorgvuldigheid betracht die hier van haar bij het indienen van een aanvraag was te vergen. Dat moet, gelet op de toe te passen regels bij inschrijvingsprocedures als hier aan de orde, voor haar risico blijven. Het belang van de gemeente bij juiste toepassing van die regels moet hier prevaleren.

Dit alles leidt ertoe dat de vordering van Bulsink c.s. wordt afgewezen

proceskosten

5.12.

Bulsink c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 735,00

- salaris advocaat € 1.177,00

- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 2.101,00

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt Bulsink c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 2.101,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet zij € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.