Civiel recht overig

Herstelvonnis, Schadeberekening na onjuist gebruik door werkgever van gegevens van een integriteitsonderzoek.

Rechtbank Midden-Nederland, 5 maart 2014

Zaakgegevens

Op 5 maart 2014 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 maart 2014
Datum publicatie
3 februari 2015
Zaaknummer
720765 UC EXPL 10-18343 SW/4247
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2014:7352
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis, Schadeberekening na onjuist gebruik door werkgever van gegevens van een integriteitsonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 720765 UC EXPL 10-18343 SW/4247

Vonnis van 5 maart 2014

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. M.F.J. Martens,

tegen:

1. de coöperatie

de coöperatieve vereniging Rabobank Utrecht e.o. u.a.,

gevestigd te Utrecht

2. de coöperatie

Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., genaamd Rabobank Nederland,

gevestigd te Amsterdam,

verder ook gezamenlijke noemen Rabobank c.s.,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M.C. van Deventer.

1 De overwegingen van de kantonrechter

In de procedure die bij deze rechtbank, afdeling Kanton, locatie Utrecht, aanhangig is geweest, is op 18 december 2013 vonnis gewezen.

Op 21 januari 2014 is ter griffie ingekomen een verzoek van [eiser] tot rectificatie van dat vonnis.

Rabobank c.s. is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren.

Rabobank c.s. heeft bij brief van 10 februari 2014 meegedeeld zich niet tegen het verzoek van [eiser] te zullen verzetten.

De kantonrechter is van oordeel dat het vonnis dient te worden gerectificeerd als hierna aan te geven.

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1

bepaalt dat voormeld vonnis waar in punt 2.7 staat vermeld:

“Het voorgaande leidt tot het eindoordeel dat de inkomensschade van [eiser] over de perioden waarover [eiser] aansprakelijk is wordt vastgesteld op € 61.624,37."

dit wordt gewijzigd in:

“Het voorgaande leidt tot het eindoordeel dat de inkomensschade van [eiser] over de perioden waarover Rabobank c.s. aansprakelijk is wordt vastgesteld op € 61.624,37.";

2.2.

bepaalt voorts dat voormeld vonnis waar in punt 3.2. staat vermeld:

“veroordeelt Rabobank c.s. om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 61.624,37 met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de voldoening;”

dit wordt gewijzigd in:

“veroordeelt Rabobank c.s. om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 71.624,37 met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de voldoening;”

2.3.

bepaalt dat de verbetering en de datum van deze uitspraak worden vermeld op de minuut van voormeld vonnis.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Penders, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2014