Civiel recht overig

Betwisting bestaan koopovereenkomst. Afwijzing vordering.

Rechtbank Midden-Nederland, 10 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 10 augustus 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
10 augustus 2022
Datum publicatie
7 juni 2024
Zaaknummer
9734379 / MC EXPL 22-1563
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:6622
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betwisting bestaan koopovereenkomst. Afwijzing vordering.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Vonnis van 10 augustus 2022

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 9734379 / MC EXPL 22-1563 van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden, hierna samen te noemen (in mannelijk enkelvoud): [gedaagde c.s.] ,
procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 1 maart 2022

  • de conclusie van antwoord

  • de conclusie van repliek

  • de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft ruim een jaar geleden eetkamerstoelen op het adres van [gedaagde c.s.] afgeleverd.

2.2.

[eiseres] heeft meerdere betaalverzoeken van in totaal € 300,00 aan [gedaagde c.s.] verstuurd. [gedaagde c.s.] heeft dit bedrag niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat – hoofdelijke veroordeling van [gedaagde c.s.] tot betaling van € 345,00 (bestaande uit een hoofdsom van € 300,00 en € 45,00 aan buitengerechtelijke incassokosen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2021 tot de dag der algehele voldoening.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij op basis van een tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst de stoelen aan [gedaagde c.s.] heeft verkocht. Ondanks meerdere aanmaningen weigert [gedaagde c.s.] de aan hem verstuurde betaalverzoeken van in totaal € 300,00 te betalen. [eiseres] heeft haar vordering uit handen moeten geven aan haar incassogemachtigde, zodat [gedaagde c.s.] ook de buitengerechtelijke incassokosten aan [eiseres] verschuldigd is.

3.3.

[gedaagde c.s.] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde c.s.] betwist met [eiseres] een koopovereenkomst te hebben gesloten. Hij heeft aangevoerd dat [eiseres] de betreffende stoelen bij hem thuis heeft gebracht, zodat de gezinnen van partijen hier gezamenlijk gebruik van konden maken tijdens Kerstmis. Er is wel gesproken over een eventuele koop van de stoelen, maar [gedaagde c.s.] vond een bedrag van € 300,00 te veel zodat het nooit tot een akkoord is gekomen.

4.2.

Nu [eiseres] zich beroept op het bestaan van een koopovereenkomst en daaraan rechtsgevolgen verbindt, rusten op haar de stelplicht en de bewijslast.

4.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres] onvoldoende gesteld en onderbouwd dat tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat [gedaagde c.s.] heeft aangegeven de stoelen te willen houden, partijen een koopprijs hebben bepaald van € 300,00 en dat [gedaagde c.s.] vervolgens heeft verzocht om het bedrag in twee termijnen te betalen, echter blijkt dit nergens uit. De door [eiseres] overgelegde schermafbeeldingen van Whatsapp-conversaties zijn daartoe onvoldoende. Ook uit de gedragingen van partijen kan dit niet blijken. [gedaagde c.s.] is weliswaar nog in het bezit van de stoelen, maar heeft onweersproken gesteld dat [eiseres] deze te allen tijde kon en kan ophalen. [gedaagde c.s.] heeft weliswaar de stoelen op Marktplaats te koop gezet, maar heeft onweersproken gesteld dat dit ten behoeve van [eiseres] was.

4.4.

Gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde c.s.] , lag het dan ook op de weg van [eiseres] om de wijze van totstandkoming van de gestelde koopovereenkomst, althans hetgeen partijen destijds besproken of afgesproken hebben, nader te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten, zodat de vordering zal worden afgewezen. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen, nog daargelaten dat geen gespecificeerd en concreet bewijsaanbod is gedaan.

4.5.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde c.s.] Die kosten worden vastgesteld op nihil nu [gedaagde c.s.] in deze procedure niet bijgestaan is door een professioneel gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde c.s.] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2022.