Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 13 december 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:6748 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-6748
Zaakgegevens
Op 13 december 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 13 december 2023
- Datum publicatie
- 14 december 2023
- Zaaknummer
- 10686574 \ LC EXPL 23-2003
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:6748
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
(ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2023:4494)
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 10686574 \ LC EXPL 23-2003
Vonnis in verzet van 13 december 2023
in de zaak van
[geopposeerde] ,
handelend onder de naam [handelsnaam 1]
wonende en zaakdoende te [plaats] (gemeente [gemeente] ),
oorspronkelijke eiser,
gedaagde in het verzet,
hierna te noemen: [geopposeerde] ,
gemachtigde: nl.legal LLP.
tegen
[opposant] ,
handelend onder de naam [handelsnaam 2],
wonende te [woonplaats] ,
oorspronkelijke gedaagde,
eiser in het verzet,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: mr. E.R. van Schaik.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de oorspronkelijke dagvaarding van 27 juni 2023;
-
het verstekvonnis van 19 juli 2023 (met zaaknummer 10585728 LC EXPL 23-1460, hierna: het verstekvonnis);
-
de verzetdagvaarding;
-
de conclusie van antwoord in het verzet;
-
“de conclusie van dupliek in verzet” die de kantonrechter beschouwt als een conclusie van repliek in het verzet.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[geopposeerde] heeft op 26 april 2023 een laptop bij [opposant] gekocht voor € 450,00.
[opposant] heeft deze laptop niet geleverd en de koopprijs niet terugbetaald.
3 Het geschil
[geopposeerde] vordert, uitvoerbaar bij voorraad, betaling van € 499,99 (bestaande uit € 450,00 aan hoofdsom en € 49,99 aan incassokosten) te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 27 juni 2023, met veroordeling van [opposant] in de proceskosten en de wettelijke rente daarover.
Bij verstekvonnis zijn de vorderingen van [geopposeerde] toegewezen.
In de verzetprocedure voert [opposant] verweer. De kantonrechter begrijpt dat [opposant]
– na eiswijziging – gedeeltelijke vernietiging van het verstekvonnis vordert in die zin dat alleen de hoofdsom van € 450,00 wordt toegewezen en dat de proceskosten worden gecompenseerd.
De kantonrechter zal hierna – voor zover voor de beoordeling van belang – ingaan op de stellingen van partijen.
4 De beoordeling
[opposant] heeft aangegeven dat hij bereid is om de koopsom van € 450,00 aan [geopposeerde] terug te betalen. De hoofdsom van € 450,00 is daarom toewijsbaar. Dit geldt ook voor de onweersproken en op de wet gegronde handelsrente.
Daarnaast maakt [geopposeerde] aanspraak op de vergoeding van € 49,99 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Verder stelt de kantonrechter vast dat [opposant] tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten geen verweer heeft gevoerd en dat [geopposeerde] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is lager dan het in het Besluit bepaalde tarief en is daarom toewijsbaar.
[opposant] wil dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, omdat volgens hem geen ingebrekestelling zou zijn verzonden en de dagvaarding op een onjuist adres is betekend.
De kantonrechter gaat hier niet in mee. In de geluidsopname van een telefoongesprek bevestigt [opposant] dat hij de e-mail van 6 juni 2023 heeft ontvangen van (de gemachtigde van) [geopposeerde] (productie 6 van [geopposeerde] ). Bij deze mail was ook als bijlagen de aan hem verzonden correspondentie gevoegd, waaronder de ingebrekestelling. [opposant] zegde in dat telefoongesprek toe dat, wanneer het klopte, [geopposeerde] zijn geld terug zou krijgen en dat hij daar uiterlijk de volgende dag op zou terugkomen. Dit heeft hij echter nagelaten. [opposant] voert nog wel aan dat hij de bijlagen (op zijn telefoon) niet kon openen, maar dan lag het op zijn weg om contact met [geopposeerde] op te nemen, zoals toegezegd. [opposant] was daarna echter niet meer te bereiken door [geopposeerde] . Dat [opposant] in die tijd was verwikkeld in een echtscheidingsprocedure, kan niet aan [geopposeerde] worden tegengeworpen.
Ten aanzien van de betekening van de dagvaarding heeft [geopposeerde] onweersproken gesteld dat die rechtsgeldig is omdat [opposant] op dat moment bij de Kamer van Koophandel nog ingeschreven stond op het adres waar de dagvaarding is betekend. Dat [opposant] pas op 26 juli 2023 (dus pas na de datum van het ontvangen van het verstekvonnis) de adreswijziging heeft doorgegeven aan de Kamer van Koophandel, moet voor zijn eigen rekening en risico blijven.
Het voorgaande betekent dat het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.
[opposant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [geopposeerde] begroot op € 80,00 (1 punt x tarief € 80,00) aan salaris gemachtigde.
5 De beslissing
De kantonrechter
bekrachtigt het verstekvonnis;
veroordeelt [opposant] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [geopposeerde] begroot op € 80,00 aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
1298