Civiel recht overig
Deelgeschil; niet-ontvankelijk; verzoekschrift niet ingediend door advocaat, ondanks gelegenheid tot herstel.
Rechtbank Midden-Nederland, 20 juni 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:2908 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-2908
Zaakgegevens
Op 20 juni 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 20 juni 2025
- Datum publicatie
- 18 juni 2025
- Zaaknummer
- 593747
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deelgeschil; niet-ontvankelijk; verzoekschrift niet ingediend door advocaat, ondanks gelegenheid tot herstel.
Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/593747 / HL RK 25-18
Beschikking van 20 juni 2025
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
tegen
1 [verweerder sub 1] ,
te [plaats] ,
2. [verweerder sub 2] SE,
te [plaats] ,
3. [verweerder sub 3] B.V.,
te [plaats] ,
verwerende partijen.
1 De beoordeling
Op 21 mei 2025 heeft [verzoeker] een verzoekschrift ingediend waarin hij vraagt om een beslissing in een deelgeschil (artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Op grond van de aard van het verzoek en de omvang van het vermeende vermoedelijke schadebeloop betreft het een verzoek dat door de handelsrechter beoordeeld moet worden.
In zo’n geval moet het verzoekschrift worden ingediend door een advocaat. Dat is niet gebeurd. [verzoeker] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om dit formele gebrek te herstellen. Van die gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt. Dat betekent dat [verzoeker] op grond van artikel 281 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.