Civiel recht overig
Juristu, de gemachtigde van eiser, heeft niet alle relevante stukken bij de dagvaarding toegevoegd. Juristu…
Rechtbank Midden-Nederland, 12 februari 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:321 · Rechtbank Midden-Nederland · 12 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-321
Zaakgegevens
Op 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 februari 2025
- Datum publicatie
- 10 februari 2025
- Zaaknummer
- 11247653
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:321
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Juristu, de gemachtigde van eiser, heeft niet alle relevante stukken bij de dagvaarding toegevoegd. Juristu heeft vervolgens de conclusie van antwoord niet aan eiser doorgestuurd, zodat die tijdens de zitting - waarbij Juristu niet aanwezig was - niet bekend was met het gevoerde verweer. Daarom krijgt eiser de gelegenheid zijn vordering alsnog nader te onderbouwen met stukken.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11247653 \ UC EXPL 24-5259 RvdM/62938
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,
tegen
1 [gedaagde sub1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub1] ,
procederend in persoon van gedaagde sub 1.
1 De procedure
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- de dagvaarding van 24 juli 2024,
- de conclusie van antwoord.
Op 15 oktober 2024 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij waren de heer [eiser] en de heer [gedaagde sub1] aanwezig. Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
Na de mondelinge behandeling heeft een wisseling van kantonrechter plaatsgevonden. Partijen is gevraagd de griffier vóór 23 januari 2025 te laten weten als zij een nieuwe mondelinge behandeling wensen bij de kantonrechter die ook het vonnis wijst. Geen van partijen heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.
2 De kern van de zaak
[gedaagde sub1] huurt van [eiser] een bedrijfsruimte aan de [adres] in [vestigingsplaats] . In die bedrijfsruimte exploiteert [gedaagde sub1] een tweewielerwinkel. [eiser] stelt dat [gedaagde sub1] nalatig is met het betalen van de huurverhoging van € 85,39 per 1 juli 2023. [eiser] wil dat [gedaagde sub1] wordt veroordeeld tot betaling van die huurverhoging. [gedaagde sub1] stelt dat hij niet afweet van een huurverhoging en dat die bovendien veel te hoog is. De kantonrechter oordeelt dat het nog onduidelijk is met welk bedrag [eiser] de huur mocht verhogen en geeft daarom [eiser] de gelegenheid te onderbouwen hoe hoog het CPI percentage in juli 2023 was.
3 De beoordeling
Uit de dagvaarding, die Juristu Incasso Juristen in opdracht van [eiser] heeft opgesteld, leidt de kantonrechter af dat [eiser] met ingang van juli 2023 de huurprijs van € 853,93 heeft verhoogd met een bedrag van € 85,39 naar € 939,32. Volgens [gedaagde sub1] heeft [eiser] hem niet laten weten dat de huur verhoogd zou worden. Bovendien is een verhoging van ruim 10% volgens hem onjuist. In de huurovereenkomst is namelijk opgenomen dat de huur met het CPI percentage verhoogd mag worden. Dat zou per 1 juli 2023 leiden tot een verhoging met 3,4%.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] , na de gemotiveerde betwisting door [gedaagde sub1] , nog onvoldoende heeft onderbouwd dat de huur met 10% verhoogd mocht worden. [eiser] heeft op de zitting niet kunnen verduidelijken waar hij de huurverhoging op heeft gebaseerd en hoe hij het percentage heeft berekend. [eiser] zegt dat hij de stukken waaruit dat blijkt wel aan Juristu heeft gegeven, maar dat Juristu die kennelijk niet bij de dagvaarding heeft gedaan. Hij heeft van Juristu ook de conclusie van antwoord niet ontvangen, zodat hij niet bekend was met dit verweer van [gedaagde sub1] .
Omdat niet in geschil is dat de huur per 1 juli 2023 verhoogd mocht worden met een percentage gelijk aan het CPI percentage, krijgt [eiser] de gelegenheid om in een akte alsnog te onderbouwen hoe hoog dit percentage was. De zaak wordt door de kantonrechter verwezen naar de rol. [gedaagde sub1] mag op deze akte reageren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 26 februari 2025 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 3.3,
bepaalt dat [gedaagde sub1] de gelegenheid krijgt uiterlijk twee weken daarna op de akte van [eiser] te reageren,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.