Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 13 augustus 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6749 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-6749
Zaakgegevens
Op 13 augustus 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 augustus 2025
- Datum publicatie
- 17 december 2025
- Zaaknummer
- 1800384 UC EXPL 25-5944
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:6749
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Volgt.
Uitspraak
VONNIS
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11800384 UC EXPL 25-5944
Verstekvonnis d.d. 13 augustus 2025
inzake
Stichting Dierenzorg Nederrijn
gevestigd te Heelsum
gemachtigde Van Loon Incasso Advocaten. rechtskundige
eisende partij,
tegen
Stichting Diergeneeskundig Vervoer O.G.V. m.h.o.d.n. Dierenambulance Gelderse Vallei
gevestigd Kernreactorstraat 9 C
3903 LG Veenendaal
gedaagde partij.
niet verschenen.
De overwegingen van de kantonrechter
De eisende partij heeft een vordering ingesteld.
De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend
Voor zover dat aan de orde is constateert de kantonrechter dat de toepasselijke consumentenbeschermende voorschriften zijn nageleefd.
De vordering zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen.
De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding € 122,35
-
griffierecht € 543,00
-
salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt(en) x tarief € 339,00)
-
nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1139,35.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen
€ 5.447,27, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.000,00 vanaf 3 juli 2025 tot de voldoening;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 1139,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de
griffier in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025