Civiel recht overig
Aankoop Chaneltas. Verkoper heeft onvoldoende onderbouwd dat een hogere prijs is afgesproken dan de koper…
Rechtbank Midden-Nederland, 24 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7080 · Rechtbank Midden-Nederland · 24 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-7080
Zaakgegevens
Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 december 2025
- Datum publicatie
- 5 januari 2026
- Zaaknummer
- 11793136 \ UC EXPL 25-5856
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aankoop Chaneltas. Verkoper heeft onvoldoende onderbouwd dat een hogere prijs is afgesproken dan de koper heeft betaald.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11793136 \ UC EXPL 25-5856
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
[eiseres] handelend onder de naam [handelsnaam],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.
rolgemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Waar deze zaak over gaat
[handelsnaam] is een eenmanszaak die kleding en modeartikelen verkoopt via internet. [gedaagde] en [handelsnaam] hebben onder andere via Whatsapp gecommuniceerd over de aankoop van een tas door [gedaagde] . Uiteindelijk hebben partijen op 4 januari 2025 afgesproken in het huis van de dochter van [gedaagde] . [handelsnaam] heeft daar een aantal tassen laten zien en [gedaagde] heeft een Chaneltas gekocht van [handelsnaam] . [gedaagde] heeft daarvoor € 6.350,00 betaald. Volgens [handelsnaam] heeft zij per ongeluk de verkeerde prijs ingevoerd en was een prijs van € 7.350,00 afgesproken.
[handelsnaam] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3 De beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat partijen een prijs van € 7.350,00 voor de tas hebben afgesproken, zodat de vordering van [handelsnaam] wordt afgewezen. De kantonrechter legt dat hierna uit.
Omdat [handelsnaam] zich beroept op (de gevolgen van) de prijsafspraak, is het aan [handelsnaam] om te stellen en te onderbouwen dat die afspraak is gemaakt. [handelsnaam] schrijft in de dagvaarding dat in de overgelegde Whatsappconversatie de prijs van de tas meerdere malen duidelijk is gecommuniceerd. De kantonrechter gaat ervan uit dat [handelsnaam] doelt op het bericht van 31 december 2024 waar [gedaagde] schrijft: ‘Deze is smal van 2022 van caviaar leer 7600 compleet’ en [handelsnaam] antwoordt: ‘Ja klopt’. Hieruit volgt dus niet dat een prijs van € 7.350,00 is afgesproken.
Beide partijen schrijven dat op 4 januari 2025 nog is onderhandeld over de prijs. Volgens [handelsnaam] is uiteindelijk een prijs van € 7.350,00 afgesproken. [gedaagde] betwist dit. Volgens [gedaagde] wist [handelsnaam] van het begin af aan dat haar budget € 6.000,00 was en is uiteindelijk een prijs van € 6.350,00 afgesproken. Deze lezing wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring van de dochter van [gedaagde] die bij de koop aanwezig was. [handelsnaam] heeft na dit onderbouwde verweer van [gedaagde] haar stelling dat wel een prijs van € 7.350,00 was afgesproken niet nader onderbouwd.
proceskosten
[handelsnaam] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] heeft geen gemachtigde ingeschakeld en is niet op een zitting verschenen. Er zijn daarom geen kosten die als proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen.