Civiel recht overig
Huur woonruimte. Bewind ingesteld tijdens procedure. Ontbinding en ontruiming afgewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 3 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3261 · Rechtbank Midden-Nederland · 3 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3261
Zaakgegevens
Op 3 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 3 juni 2026
- Datum publicatie
- 14 juni 2026
- Zaaknummer
- 12165417 \ MC EXPL 26-1705
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3261
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huur woonruimte. Bewind ingesteld tijdens procedure. Ontbinding en ontruiming afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12165417 \ MC EXPL 26-1705
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE,
handelend onder de naam de Alliantie vestiging regio Almere,
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: de Alliantie,
gemachtigde: Hanemaayer De Boer & Partners,
tegen
[gedaadgde] B.V.,
te [plaats 1] ,
hierna te noemen de bewindvoerder,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[onderbewindgestelde] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [onderbewindgestelde] ,
vertegenwoordigd door [A] .
1 Het verloop van de procedure
De Alliantie heeft [onderbewindgestelde] gedagvaard voor de kantonrechter. [onderbewindgestelde] heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. De Alliantie heeft nog nadere stukken opgestuurd.
De zaak is bij de kantonrechter besproken op 21 mei 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
2 Waar het in deze zaak om gaat
[onderbewindgestelde] huurt van de Alliantie de woning aan het adres [adres] in [plaats 2] . De huur is (op dit moment) € 611,56 per maand en moet worden vooruitbetaald.
Er is sprake van een huurachterstand.
De Alliantie vordert – kort gezegd – ontbinding van de huurovereenkomst tussen de Alliantie en [onderbewindgestelde] en ontruiming van de woning. Ook eist zij betaling van de huurachterstand met rente en kosten.
Volgens de bewindvoerder klopt het dat er een huurachterstand is, maar de bewindvoerder is het er niet mee eens dat de huurovereenkomst wordt beëindigd en dat de woning ontruimd moet worden.
3 De beoordeling
Vooraf
Vast staat dat alle goederen die aan [onderbewindgestelde] toebehoren of zullen toebehoren bij beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van 15 mei 2026 onder bewind zijn gesteld. Bij die beschikking is [gedaadgde] B.V. benoemd tot bewindvoerder. [onderbewindgestelde] is op 24 maart 2026 gedagvaard door de Alliantie. De bewindvoerder is op de zitting van 21 mei 2026 verschenen. Dit brengt met zich dat de bewindvoerder als formele procespartij heeft te gelden. Het vonnis zal om die reden dan ook worden gewezen tussen de Alliantie en [gedaadgde] B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde] , zoals reeds in de kop van dit vonnis is vermeld.
De huurachterstand
De Alliantie noemt in de nagestuurde specificatie een huurachterstand van € 4.080,92. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand mei 2026.
De bewindvoerder heeft gesteld dat de huurtermijn van mei 2026 is betaald. De Alliantie kon op de zitting de betaling van deze huurtermijn niet bevestigen. De kantonrechter zal op onderstaande wijze rekening houden met de huurbetaling van mei 2026.
Betalingsregeling
De bewindvoerder heeft gevraagd om een betalingsregeling. De Alliantie en de bewindvoerder kunnen alleen samen in overleg een betalingsregeling afspreken. De kantonrechter kan daar niet over beslissen.
Geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning
De omvang van de huurachterstand (ruim vijf maanden indien rekening wordt gehouden met de betaling van mei 2026) is zodanig dat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning in beginsel toewijsbaar is, maar de kantonrechter ziet aanleiding om hiervan af te wijken. [onderbewindgestelde] is onlangs onder bewind gesteld. Dit betekent dat de vaste lasten, waaronder de huurtermijnen, weer stipt betaald gaan worden en er uitzicht is op een betalingsregeling. [onderbewindgestelde] is op leeftijd en is hierdoor kwetsbaar. De dreiging van een ontbinding van de huurovereenkomst levert veel stress bij [onderbewindgestelde] op. De kantonrechter zal gelet op deze bijzondere omstandigheden de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning afwijzen.
Geen ambtshalve toetsing
Aangezien de huurovereenkomst tussen de Alliantie en [onderbewindgestelde] vóór 31 december 1994 is afgesloten, is de kantonrechter niet gehouden om ambtshalve de algemene voorwaarden te toetsen op eventuele oneerlijke bedingen.
Rente
[onderbewindgestelde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de rente van € 38,83 tot 11 maart 2026 en de rente die door de Alliantie is gevorderd tot en met de dag waarop de achterstand helemaal is betaald. Deze rente moet [onderbewindgestelde] ook betalen.
Incassokosten
De Alliantie vordert ook incassokosten. De Alliantie heeft aan [onderbewindgestelde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de wettelijke eisen en het gevorderde bedrag komt overeen met het geldende tarief. De kantonrechter zal het bedrag van € 497,04 dan ook toewijzen.
Proceskosten
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Alliantie worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
153,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
529,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
576,00 |
(2 punten × € 288,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.402,02 |
4 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [onderbewindgestelde] tot betaling aan de Alliantie van:
- € 4.080,92 aan huurachterstand tot en met mei 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.469,36 vanaf 11 maart 2026 tot de dag van voldoening,
waarbij rekening moet worden gehouden met tussentijdse debet- en creditmutaties, indien de huurtermijn van mei 2026 is ontvangen, moet dit bedrag op het eerstgenoemde bedrag in mindering strekken;
- € 38,83 aan wettelijke rente tot 11 maart 2026;
- € 497,04 aan incassokosten;
veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [onderbewindgestelde] in de proceskosten van € 1.402,02, te
betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van
betekening als de bewindvoerder in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [onderbewindgestelde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat er meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.