Civiel recht overig

Renvooiprocedure. Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning van zijn vorderingen in faillissement en…

Rechtbank Midden-Nederland, 10 juni 2026

Zaakgegevens

Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
10 juni 2026
Datum publicatie
21 juni 2026
Zaaknummer
12168261 \ MC EXPL 26-1768
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. J.M. van Raaijen.
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:3560
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Renvooiprocedure. Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning van zijn vorderingen in faillissement en plaatsing hiervan op de lijst van erkende schuldeisers. De curator heeft de vordering erkend. De curator moet de proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12168261 \ MC EXPL 26-1768

Vonnis van 10 juni 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eiser tot verificatie,

hierna te noemen: [eiser] ,

procederend in persoon,

tegen

MR. J.M. VAN RAAIJEN, curator in het faillissement van [bedrijf] B.V.,

te Almere,

verweerder tot verificatie,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. J.M. van Raaijen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,

- het renvooischrift van [eiser] van 2 april 2026,

- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De kern van de zaak

2.1

[eiser] heeft een overeenkomst voor de levering van energie gesloten met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf] ). Na de mededeling van [bedrijf] dat de welkomstbonus niet zou worden uitgekeerd en de tarieven zouden worden verhoogd, heeft [eiser] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend ter hoogte van € 2.032,44. Dit bedrag heeft betrekking op de misgelopen welkomstbonus en de schade als bestaande uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeengekomen tarieven met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere tarieven.

2.2

Kort daarna is het faillissement van [bedrijf] uitgesproken. [eiser] heeft de hiervoor genoemde vordering ter verificatie ingediend bij de curator. De curator heeft de vordering van [eiser] aanvankelijk betwist voor een deel van € 1.862,15. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.

3 De beoordeling

De vordering

3.1

Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van € 2.032,44.

Proceskosten

3.2

De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

- nakosten

€

€

93,00

108,50

Totaal

€

201,50

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 2.032,44,

4.2

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.