Civiel recht overig
Renvooiprocedure. Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning van zijn vorderingen in faillissement en…
Rechtbank Midden-Nederland, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3561 · Rechtbank Midden-Nederland · 10 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3561
Zaakgegevens
Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Datum publicatie
- 21 juni 2026
- Zaaknummer
- 12168300 \ MC EXPL 26-1786
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.M. van Raaijen.
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3561
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Renvooiprocedure. Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning van zijn vorderingen in faillissement en plaatsing hiervan op de lijst van erkende schuldeisers. De curator heeft de vordering erkend. De curator moet de proceskosten betalen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12168300 \ MC EXPL 26-1786
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats] ,
eiser tot verificatie,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
MR. J.M. VAN RAAIJEN, CURATOR INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN [bedrijf] B.V.,
te [plaats] ,
verweerder tot verificatie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. J.M. van Raaijen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,
- de conclusie van eis van [eiser] van 4 april 2026,
- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De kern van het geschil
[eiser] heeft met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf] ) een overeenkomst gesloten voor de levering van energie. Na het sluiten van de overeenkomst is [bedrijf] in staat van faillissement verklaard. Als gevolg van dit faillissement kon [bedrijf] haar leveringsverplichtingen niet langer nakomen. [eiser] was hierdoor genoodzaakt een nieuwe energieovereenkomst af te sluiten bij een derde partij tegen een hoger tarief. De gestelde schade die [eiser] hierdoor lijdt, bestaat uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeenkomst met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere overeenkomst. Berekend over de resterende looptijd van het contract, heeft [eiser] deze schade in eerste instantie begroot op € 2.130,34. Dat was een berekening op basis van verwacht gebruik.
Nadat de daadwerkelijke verbruiksgegevens bekend werden, heeft [eiser] de vordering aangepast naar € 1.839,30. Dit bedrag bestaat uit € 1.596,61 aan hogere energiekosten en € 242,69 op basis van een eindafrekening.
Aanvankelijk heeft de curator de vordering van [eiser] betwist voor een deel van € 2.097,65 en op basis van de nieuwe berekening voor een deel van € 1.806.39. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering in deze procedure alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.
3 De beoordeling
Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van
€ 1.839,30.
De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
93,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
201,50 |
4 De beslissing
De kantonrechter
verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 1.839,30,
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.