Civiel recht overig

Huur woonruimte. Eisvermindering. Ontbinding en ontruiming worden niet langer gevorderd, want woning is al…

Rechtbank Midden-Nederland, 17 juni 2026

Zaakgegevens

Op 17 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
17 juni 2026
Datum publicatie
28 juni 2026
Zaaknummer
12214837_MC_EXPL_26-2380
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:3741
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huur woonruimte. Eisvermindering. Ontbinding en ontruiming worden niet langer gevorderd, want woning is al opgeleverd. Incassokosten en rente worden ook niet meer gevorderd. Huurachterstand toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12214837 \ MC EXPL 26-2380 / 68749

Vonnis van 17 juni 2026

in de zaak van

[eiser] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [gemachtigde] , werkzaam bij mr. J.M. Koppert,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 Het verloop van de procedure

1.1

[eiser] heeft [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. [eiser] heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog een nader stuk opgestuurd en daarbij haar eis gewijzigd.

1.2

De zaak is bij de kantonrechter besproken op 4 juni 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De kantonrechter heeft bepaald dat zij schriftelijk uitspraak doet.

2 Waar het in deze zaak om gaat

2.1

[gedaagde] huurt sinds 1 november 2023 de woning aan het adres [adres] in [plaats] . De huur bedraagt € 1.061,13 per maand en moet vooruit worden betaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand.

2.2

[eiser] vordert – kort gezegd en na eisvermindering – betaling van de huurachterstand. Uit de akte van [eiser] blijkt dat [eiser] niet langer ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vordert, omdat de woning al door [gedaagde] is opgeleverd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] de eis verder verminderd door aan te geven dat zij geen buitengerechtelijke incassokosten en rente meer vordert, omdat de algemene voorwaarden niet voldoen. Volgens [gedaagde] klopt het dat er een huurachterstand is.

3 De beoordeling

De huurachterstand

3.1

[eiser] noemt in de specificatie een huurachterstand van € 12.388,66. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand maart 2026. Volgens [gedaagde] klopt de huurachterstand. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om dit bedrag aan [eiser] te betalen.

3.2

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangeboden om een betalingsregeling te treffen. De gemachtigde van [eiser] gaf aan dat hij daarover eerst met de verhuurder moet overleggen. Partijen kunnen alleen samen in overleg een betalingsregeling afspreken. De kantonrechter kan daar niet over beslissen. De Jong heeft namens [eiser] aangegeven dat [gedaagde] langs kan komen op het kantoor van de gemachtigde van [eiser] om tot een betalingsregeling komen.

Proceskosten

3.3

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

126,46

- griffierecht

€

1.504,00

- salaris gemachtigde

€

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.638,46

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1

veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] € 12.388,66 aan achterstallige huur tot en met maart 2026;

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.638,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.