Civiel recht overig
Benoeming deskundige en vaststelling definitieve vraagstelling.
Rechtbank Midden-Nederland, 8 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4363 · Rechtbank Midden-Nederland · 8 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4363
Zaakgegevens
Op 8 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 11716636 \ UC EXPL 25-4614 VL/58599
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4363
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Benoeming deskundige en vaststelling definitieve vraagstelling.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11716636 \ UC EXPL 25-4614 VL/58599
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE NIEUWEGEIN,
gevestigd te Nieuwegein,
eisende partij,
hierna te noemen: Gemeente Nieuwegein,
gemachtigde: mr. L. Knol,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. O.G. Tacoma.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 4 februari 2026;
-
de akte van [gedaagde] voor de rolzitting van 4 maart 2026;
-
de akte van Gemeente Nieuwegein voor de rolzitting van 4 maart 2026;
-
de aanvullende akte van [gedaagde] van 4 maart 2026;
-
het aanvullende bericht van Gemeente Nieuwegein van 5 maart 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De (verdere) beoordeling
In het tussenvonnis van 4 februari 2026 heeft de kantonrechter bepaald dat partijen een week voorafgaand aan de rolzitting van 4 maart 2026 hun conceptaktes aan elkaar moesten opsturen. Gemeente Nieuwegein heeft dit niet gedaan. [gedaagde] is daardoor niet in de gelegenheid geweest om te reageren op de akte van Gemeente Nieuwegein. Zij verzoekt daarom de randnummers 6, 7, 9 en 10 buiten beschouwing te laten dan wel [gedaagde] in de gelegenheid te stellen een nadere akte te nemen. Gemeente Nieuwegein heeft tegen beide opties geen bezwaar geuit en refereert zich naar het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter zal de randnummers 6, 7, 9 en 10 van de akte van Gemeente Nieuwegein buiten beschouwing laten.
Het tussenvonnis
In het tussenvonnis van 4 februari 2026 heeft de kantonrechter het voornemen geuit een deskundige te benoemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Partijen hebben ook de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n). Indien zij zich hierover wilden uitlaten, moesten zij kenbaar maken over welke deskundige(n) zij het eens zijn of tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben.
De benoeming van de deskundige
Partijen zijn het eens over het aantal te benoemen deskundigen en over de persoon van de deskundige. De kantonrechter zal daarom de in de beslissing vermelde deskundige benoemen. Deze deskundige heeft verklaard dat hij bereid en in staat is om als deskundige in de onderhavige zaak op te treden.
De vragen die aan de deskundige worden gesteld
Over de aan de deskundige te stellen vragen overweegt de kantonrechter het volgende. [gedaagde] heeft in haar akte aangegeven dat zij de vraag zoals deze door de kantonrechter is geformuleerd, zou willen uitbreiden met de tekst “bij voorkeur op basis van de lopende reconstructie aan de [adres 1] te [plaats] en rekening houdend met het feit dat de vestiging in Nieuwegein op basis van het tussenvonnis reeds gesloten is”. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de vraagstelling uit te breiden met deze tekst. Voor zover er recente ontwikkelingen zijn met betrekking tot de reconstructie aan de [adres 1] die relevant kunnen zijn voor de berekening van de schade, gaat de kantonrechter ervan uit dat die omstandigheden bij de berekening van de schade door de deskundige worden betrokken.
Verder heeft [gedaagde] voorgesteld om aan de vraagstelling toe te voegen: “En voorts rekening houdend met het feit dat de exploitatie in Nieuwegein geschoond moet worden van de kosten/voorinvesteringen die samenhangen met de opstart van de tweede vestiging van [gedaagde] in Zeist, de vanwege de sluiting van Nieuwegein ontmantelde opslagcapaciteit in Houten en de reeds betaalde ontslagvergoeding van een medewerker van de vestiging in Nieuwegein.” Ook wat betreft dit deel ziet de kantonrechter geen aanleiding om de vraagstelling hiermee uit te breiden. De kantonrechter gaat ervan uit dat de deskundige alle relevante omstandigheden zal betrekken bij de schadeberekening en deze berekening specifiek ziet op de locatie in Nieuwegein.
De kantonrechter zal de definitieve vragen daarom formuleren zoals in de beslissing vermeld.
De begroting van de deskundige en betaling van het voorschot
In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht dat het voorschot op de kosten van de deskundige door partijen gezamenlijk moet worden betaald. De hoogte van het voorschot voor de deskundige zal in een afzonderlijk vonnis worden vastgesteld. Partijen zullen eerst in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een begroting van het voorschot door de deskundige.
Tot slot
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
-
Kunt u, op basis van de door partijen overgelegde stukken en eventueel een nadere toelichting van partijen, een berekening maken van de schade die [gedaagde] lijdt door het herplaatsen van zijn onderneming op een andere locatie dan de locatie aan de [adres 2] in [plaats] , met inachtneming van het feit dat de nieuwe locatie vanuit Nieuwegein redelijk bereikbaar moet zijn met het openbaar vervoer?
-
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
benoemt tot deskundige:
Marco Roosen
adres: Berlicumseweg 6D, 5248 NT Rosmalen
telefoon: +31 [telefoonnummer]
e-mailadres: [e-mailadres] .com
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
-
de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de kantonrechter, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
-
de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
-
partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de kantonrechter bezwaar maken tegen de begroting,
-
als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
-
als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de kantonrechter worden vastgesteld,
het onderzoek
bepaalt dat Gemeente Nieuwegein - na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige erop dat:
-
de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
-
de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
-
de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
-
de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
-
uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
-
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 27 mei 2026 voor vonnis vaststelling voorschot,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.