Civiel recht overig

Aanbouw aan huurwoning moet verwijderd worden.

Rechtbank Midden-Nederland, 29 juli 2026

Zaakgegevens

Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Amersfoort
Datum uitspraak
29 juli 2026
Datum publicatie
9 augustus 2026
Zaaknummer
12022569 \ AC EXPL 25-2844
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:5301
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aanbouw aan huurwoning moet verwijderd worden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer: 12022569 \ AC EXPL 25-2844

Vonnis van 29 juli 2026

in de zaak van

STICHTING WONINGCORPORATIE HET GOOI EN OMSTREKEN,

(mede) h.o.d.n. G&O,

in Hilversum,

eisende partij,

hierna te noemen: G&O,

gemachtigde: mr. T. de Nijs,

tegen

1. [gedaagde sub 1] U.A., in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van: [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , beide wonende aan de [adres] te ( [postcode 1] ) [plaats 1],

in [plaats 2] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder in hoedanigheid, en tegen
2. [gedaagde sub 2],

en
3. [gedaagde sub 3],

beiden in [plaats 1] ,

hierna samen te noemen: [gedaagde sub 2] c.s.,

gedaagde partijen,

hierna samen te

gemachtigde: mr. W. Vahl

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.

1.2

Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1

G&O verhuurt een woning aan [gedaagde sub 2] c.s. in [plaats 1] . [gedaagde sub 2] c.s. heeft een bouwwerk geplaatst aan de buitenkant van de huurwoning, bestaande uit een hekwerk en een opbouw. G&O wil dat [gedaagde sub 2] c.s. het bouwwerk verwijdert, omdat daarvoor geen toestemming gegeven zou zijn. [gedaagde sub 2] c.s. heeft na het uitbrengen van de dagvaarding de opbouw verwijderd maar het hekwerk laten staan. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde sub 2] c.s. ook dat hekwerk moet verwijderen.

3 De beoordeling

Ook het hekwerk moet worden verwijderd

3.1

Volgens [gedaagde sub 2] c.s. hoeft hij het hekwerk niet te verwijderen, omdat G&O daarvoor toestemming heeft gegeven in 2020. Maar die toestemming betrof een houten schutting van 1 meter hoog, die zich aan de zuidkant ongeveer 90cm over de kadastrale erfgrens tussen het erf van de gemeente en dat van G&O heen ligt en aan de oostkant ongeveer 60cm. Dat staat in de brief van G&O aan [gedaagde sub 2] c.s. van 12 november 2020 (productie 4 van G&O). Volgens G&O heeft [gedaagde sub 2] c.s. ná de verkregen toestemming vervangen door een ander hekwerk, breder dan het eerste hekwerk en verder over de erfgrens heen. Dat blijkt uit de luchtfoto’s van de oude en de nieuwe situatie (productie 15 van G&O). Op dat nieuwe hekwerk heeft [gedaagde sub 2] c.s. vervolgens een opbouw geplaatst.

3.2

Volgens [gedaagde sub 2] c.s. heeft hij aan zijn verplichtingen voldaan door het weghalen van de opbouw, maar dat klopt dus niet. G&O stelt terecht dat het nieuwe hekwerk alsnog op grond staat waarvoor [gedaagde sub 2] c.s. geen toestemming heeft gekregen. [gedaagde sub 2] c.s. zegt dat hij daarvoor niet is gewaarschuwd en dat het nooit ging om het weghalen van het hekwerk. Dat klopt niet. In de brief van 26 juni 2025 van G&O aan [gedaagde sub 2] c.s. schrijft G&O duidelijk: “Het bouwwerk is geplaatst buiten de kadastrale grenzen waardoor het deels op gemeentegrond staat. Dit is niet toegestaan”. Volgens [gedaagde sub 2] c.s. treedt de gemeente niet handhavend op, maar dat maakt niets uit voor het feit dat het huidige hekwerk illegaal op gemeentegrond staat. Ook het hekwerk moet dus worden verwijderd. [gedaagde sub 2] c.s. wordt daartoe veroordeeld. De kantonrechter houdt voor de termijn waarbinnen [gedaagde sub 2] c.s. dat moet doen een maand aan.

De bewindvoerder in hoedanigheid moet de proceskosten betalen

3.3

De bewindvoerder in hoedanigheid en [gedaagde sub 2] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor zover [gedaagde sub 2] c.s. heeft bedoeld te stellen dat hij en de bewindvoerder in hoedanigheid rauwelijks gedagvaard zijn, vindt dat geen steun in de overgelegde feiten. De proceskosten van G&O worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

145,45

- griffierecht

€

135,00

- salaris gemachtigde

€

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

€

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

822,95

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. om binnen een maand na de dagtekening van dit vonnis het bouwwerk aan de gevel van de woning aan de [adres] te ( [postcode 1] ) [plaats 1] grenzend aan de openbare weg (een en ander zoals zichtbaar op de foto’s op productie 13 bij de dagvaarding) te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede eventuele daardoor aan het gehuurde ontstane schade te herstellen,

4.2

indien [gedaagde sub 2] c.s. niet voldoet aan bovenstaande veroordeling, wordt G&O gemachtigd om voor rekening van de bewindvoerder in hoedanigheid het in bovenstaande omschrijving bedoelde bouwwerk te (laten) verwijderen en eventuele schade te (laten) herstellen,

4.3

veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. om voor de onder 4.2 genoemde werkzaamheden gelegenheid te geven, waaronder begrepen wordt het verschaffen van toegang tot het gehuurde aan medewerkers van G&O en/of derden die hiertoe van G&O opdracht hebben gekregen,

4.4

veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s., wanneer hij niet vrijwillig aan de onder 4.3 genoemde veroordeling voldoet, om binnen een maand na afloop van de onder 4.1 bedoelde termijn en na betekening van dit vonnis, de woning aan de [adres] te ( [postcode 1] ) [plaats 1] tijdelijk voor de duur van de noodzakelijke handelingen te ontruimen, waarbij G&O een deurwaarder dient in te schakelen die de toepasselijke wettelijke eisen voor ontruiming zal naleven,

4.5

veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid om de kosten te betalen die zijn verbonden met de onder 4.2 bedoelde werkzaamheden, binnen 30 dagen na overlegging door G&O aan de bewindvoerder van de facturen, werkstaten en/of berekeningen, althans verifieerbare stukken die de juistheid van de kosten aantonen,

4.6

veroordeelt [gedaagde sub 2] c.s. in de proceskosten van € 822,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 2] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.7

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.8

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.

RW1368