Civiel recht overig
onvoldoende gesteld over de gevorderde schade. vordering in reconventie blijft door afwijzing van de…
Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6439 · Rechtbank Midden-Nederland · 9 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6439
Zaakgegevens
Op 9 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Datum publicatie
- 20 september 2026
- Zaaknummer
- 12041885 \ AC EXPL 26-69
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6439
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
onvoldoende gesteld over de gevorderde schade. vordering in reconventie blijft door afwijzing van de conventie onbesproken.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12041885 \ AC EXPL 26-69
Vonnis van 9 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. X.B. Sijmons.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] een voorwaardelijke eiswijziging gedaan. Mochten alle vorderingen in conventie worden afgewezen, dan trekt [gedaagde] zijn reconventionele vordering in. Ten slotte is vandaag vonnis bepaald.
2 De kern van de zaak
Tussen partijen heeft op 9 december 2023 een aanrijding plaatsgevonden. [gedaagde] heeft [eiser] vervolgens mishandeld en zijn auto vernield. Hiervoor is [gedaagde] door de politierechter veroordeeld. [eiser] vordert in deze procedure zijn schade als gevolg van de mishandeling en vernieling. [gedaagde] vordert in reconventie zijn schade als gevolg van de aanrijding. Omdat de conventionele vordering wordt afgewezen, blijft de reconventionele vordering onbesproken. Dit wordt hierna uitgelegd.
3 De beoordeling
[eiser] heeft onvoldoende gesteld
[eiser] heeft eerder al een vordering benadeelde partij ingediend tijdens het strafproces. De politierechter heeft de vordering van [eiser] toegewezen tot een bedrag van € 1.420,16. Hiervan is € 670,16 materiele schade en € 750,00 immateriële schade. Voor het overige deel (€ 7.151,43) is [eiser] door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard.
[eiser] vordert in deze procedure een bedrag van € 5.784,86. Hoe dit bedrag is opgebouwd, heeft (de gemachtigde van) [eiser] niet uitgelegd. Uit de dagvaarding volgt niet welke schadeposten worden gevorderd en wat het causaal verband tussen de mishandeling/vernieling en die schadeposten is. Zeker omdat de vordering van [eiser] bij de politierechter al deels niet-ontvankelijk is verklaard, had dit wel op zijn weg gelegen. Weliswaar zijn de onderdelen van de vordering op zitting besproken aan de hand van een verwijzing naar een brief, maar is onderbouwing uitgebleven. Dit betekent dat [eiser] onvoldoende heeft gesteld. Zijn vorderingen worden om die reden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
720,00 |
(2 punten × € 360,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
864,00 |
De vordering in reconventie blijft onbesproken
Omdat de vordering in conventie wordt afgewezen, blijft de vordering in reconventie onbesproken. De voorwaarde voor het intrekken van de reconventionele vordering is namelijk ingetreden.
4 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.
EB5791