Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 16 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6621 · Rechtbank Midden-Nederland · 16 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-6621
Zaakgegevens
Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 27 september 2026
- Zaaknummer
- C/16/612550 / HA ZA 26-284
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N. Ruyters en mr. A.K. de Laat, mr. M.C. Franken-Schoemaker
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6621
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vrijwaringsincident
Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/612550 / HA ZA 26-284
Vonnis in incident van 16 september 2026
in de zaak van
1 [verweerster sub 1] B.V.,
gevestigd te [plaats 1] ,
2. [verweerster sub 2] B.V.,
gevestigd te [plaats 2] ,
eisende partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [verweerster sub 2] c.s.,
advocaat: mr. N. Ruyters en mr. A.K. de Laat,
tegen
1 INTERGAMMA B.V.,
gevestigd te Leusden,
2. INTERGAMMA BOUWMARKTEN B.V.,
gevestigd te Leusden,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: Intergamma c.s.,
advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring
- de incidentele conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De beoordeling in het incident
Intergamma c.s. vordert toestemming om [onderneming] B.V. (hierna: [onderneming] ) in vrijwaring te mogen oproepen. Deze vordering zal worden toegewezen.
De aangevoerde gronden kunnen de vordering dragen, want Intergamma c.s. stelt gemotiveerd dat sprake is van een rechtsverhouding die [onderneming] verplicht om de nadelige gevolgen van de beslissing te dragen. [verweerster sub 2] c.s. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, maar beperkt de referte tot één van de grondslagen van de vordering en tot Intergamma B.V. Wat betreft de andere grondslag en de andere partij, Intergamma Bouwmarkten B.V., voert zij aan dat geen rechtsverhouding met [onderneming] bestaat. De vraag of de rechtsverhouding al dan niet voor beide eisende partijen in het incident bestaat en in hoeverre deze [onderneming] verplicht tot het dragen van nadelige gevolgen voor Intergamma c.s., zal worden beantwoord in de vrijwaringsprocedure. Voor de beslissing om [onderneming] in vrijwaring te mogen oproepen, geldt dat de vordering voldoende onderbouwd is en [verweerster sub 2] c.s. (deels) afziet van het voeren van verweer.
[verweerster sub 2] c.s. heeft zich in de kern gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zie daarom aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3 De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat toe dat [onderneming] door Intergamma c.s. wordt gedagvaard tegen de rolzitting van woensdag 28 oktober 2026 om 10:00 uur,
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 28 oktober 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Intergamma c.s.,
houdt iedere verdere beslissing aan.
|
Dit vonnis is gewezen door C.A.J. van Yperen en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026. |
||
4197