Civiel recht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026

Zaakgegevens

Op 30 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
30 september 2026
Datum publicatie
11 oktober 2026
Zaaknummer
12240457 \ MC EXPL 26-2793
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:6958
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

leaseovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12240457 \ MC EXPL 26-2793

Vonnis van 30 september 2026

in de zaak van

ABN AMRO ASSET BASED FINANCE N.V.,

te Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: ABF,

gemachtigde: mr. D. Hazenberg,

tegen

[gedaagde] ,

handelend onder de naam [handelsnaam] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.

1.2

[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, daarna niet meer gereageerd.

1.3

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De kern van de zaak

2.1

ABF houdt zich bezig met het afsluiten van lease- en financieringsovereenkomsten. [gedaagde] had een eenmanszaak gericht op arbeidsbemiddeling. Partijen hebben op 7 november 2018 een leaseovereenkomst gesloten waarbij ABF een Tesla met kenteken [kenteken] (hierna de auto) aan [gedaagde] ter beschikking heeft gesteld. [gedaagde] heeft drie leasetermijnen onbetaald gelaten. ABF heeft de leaseovereenkomst op 3 januari 2024 beëindigd. ABF vordert nu betaling van de onbetaalde leasetermijnen vermindert met de opbrengst van de verkoop van de auto. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij door persoonlijke omstandigheden financiële problemen kreeg. Zij wilde daarom gebruik maken van de regeling van Tesla, waarbij [gedaagde] na een aantal jaar de auto kon inleveren tegen een gegarandeerde waarde van minimaal € 25.000,-. Het is [gedaagde] echter niet gelukt om hiervoor met de juiste persoon in contact te komen. [gedaagde] is het er niet mee eens dat zij daarom extra kosten en vergoedingen moet betalen.

3 De beoordeling

[gedaagde] moet de hoofdsom betalen

3.1

ABF heeft naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] het volgende gesteld. [gedaagde] doelt met haar verweer op een regeling van Tesla, te weten de Gegarandeerde Restwaarde. ABF vat het verweer van [gedaagde] zo op dat [gedaagde] gebruik had willen maken van de Gegarandeerde Restwaarde en dat het aan ABF is te wijten dat zij daarvan geen gebruik heeft kunnen maken. Volgens [gedaagde] heeft ABF de auto voor een te laag bedrag verkocht. De Gegarandeerde Restwaarde is geen onderdeel van de leaseovereenkomst tussen ABF en [gedaagde] . Er kan uitsluitend van deze regeling gebruik worden gemaakt indien de (toekomstig) eigenaar aan alle verplichtingen van de leaseovereenkomst heeft voldaan. ABF heeft [gedaagde] hierop gewezen. [gedaagde] heeft niet aan haar verplichtingen van de leaseovereenkomst voldaan en voldoet dus niet aan de voorwaarden om gebruik te maken van de Gegarandeerde Restwaarde. [gedaagde] heeft deze stellingen van ABF niet meer weersproken, zodat de kantonrechter van de juistheid daarvan uitgaat. [gedaagde] moet daarom de hoofdsom aan ABF betalen.

Ten aanzien van de hoogte van de gevorderde hoofdsom overweegt de kantonrechter als volgt. ABF heeft in de dagvaarding gesteld dat de hoofdsom € 39.155,15 bedraagt, zoals is opgenomen in de brief van 3 januari 2024 (productie 4 bij dagvaarding). In de brief van 20 januari 2025 staat echter dat de hoofdsom € 37.875,27 bedraagt (productie 5 bij dagvaarding). In deze brief staan alle niet betaalde leasetermijnen vermeld. ABF heeft in de dagvaarding de hoogte van de gevorderde hoofdsom van € 39.155,15 niet gespecificeerd, zodat de kantonrechter niet kan controleren op grond waarvan zij in de dagvaarding een hoger bedrag vordert dan aan [gedaagde] in de latere brief van 20 januari 2025 is aangezegd. De kantonrechter zal daarom € 37.875,27 aan hoofdsom toewijzen.

Dit betekent dat [gedaagde] € 24.775,24 aan ABF moet voldoen:

- hoofdsom € 37.875,27

- kosten inname en verkoop auto € 957,82

€ 38.833,09

Af: opbrengst auto € 14.057,85

Resteert: € 24.775,24

[gedaagde] moet de wettelijke handelsrente betalen

3.2

[gedaagde] heeft de vordering tot vandaag niet betaald. Zij is daarom in verzuim en moet daarom de wettelijke handelsrente betalen. Deze rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, te weten 11 mei 2026.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

3.3

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ABF worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

151,94

- griffierecht

€

1.504,00

- salaris gemachtigde

€

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.953,94

3.4

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om aan ABF tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 24.775,24, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 11 mei 2026 tot de voldoening;

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.953,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

4.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op

30 september 2026.

!