Civiel recht overig
Besluit om lidmaatschap bij vereniging op te zeggen niet vernietigbaar en nietig. Afwijzing schadevergoeding…
Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7177 · Rechtbank Midden-Nederland · 7 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-7177
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Datum publicatie
- 18 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/605625 / HL ZA 26-19
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.R. Brouwer, mr. V.L.M.J. Boitelle
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:7177
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Besluit om lidmaatschap bij vereniging op te zeggen niet vernietigbaar en nietig. Afwijzing schadevergoeding en rectificatie.
Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/605625 / HL ZA 26-19
Vonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. F.R. Brouwer,
tegen
SCHAAKVERENIGING ALMERE,
gevestigd te Almere,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Schaakvereniging,
advocaat: mr. V.L.M.J. Boitelle.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 27
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5
- de akte met producties 28 tot en met 37 van [eiser]
- de akte met producties 38 tot en met 40 van [eiser] .
Op 20 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] en zijn advocaat mr. Brouwer waren daarbij aanwezig. Namens de Schaakvereniging is verschenen: de heer [A] ( [functie] ) en de heer [B] ( [functie] ) met mr. Boitelle. De advocaat van [eiser] heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Verder heeft de griffier aantekeningen gemaakt van wat is besproken op de mondelinge behandeling.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] gezegd dat hij de vorderingen tot het vernietigen van het besluit van 19 januari 2024 (de officiële waarschuwing) en het besluit van 6 september 2024 (schorsing van zes maanden) intrekt. Daarmee vermindert [eiser] zijn eis. Daarom zal de rechtbank op deze vorderingen niet beslissen.
2 De kern van de zaak
[eiser] was lid van de Schaakvereniging. Het bestuur heeft [eiser] een officiële waarschuwing gegeven, hem zes maanden geschorst en zijn lidmaatschap opgezegd. [eiser] vordert in deze procedure dat het opzeggingsbesluit wordt vernietigd, een verklaring voor recht dat voornoemde besluiten van de Schaakvereniging nietig zijn, een schadevergoeding en rectificatie. [eiser] krijgt ongelijk en al zijn vorderingen zullen worden afgewezen.
3 De beoordeling
Het besluit om het lidmaatschap van [eiser] op te zeggen is niet vernietigbaar
Het beoordelingskader van de rechtbank
De Schaakvereniging kan het lidmaatschap van [eiser] opzeggen als redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voorduren. Daarbij is van belang dat de Schaakvereniging en haar leden verplicht zijn zich tegenover elkaar te gedragen naar wat door de redelijkheid en billijkheid van hen wordt verwacht.
Besluiten van een rechtspersoon kunnen vernietigd worden wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.Bij de beoordeling of een besluit vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid moet de rechter terughoudend zijn. De rechter kijkt dus niet of hij hetzelfde besluit zou hebben genomen. De rechter moet in dit geval beoordelen of de Schaakvereniging gelet op de omstandigheden en alle belangen afwegende niet in redelijkheid tot het besluit om het lidmaatschap van [eiser] op te zeggen had kunnen komen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van het bestuur van de Schaakvereniging om het lidmaatschap met [eiser] op te zeggen niet vernietigbaar is en legt hierna uit waarom.
De omstandigheden die aan het opzeggingsbesluit zijn voorafgegaan
De aanleiding van het conflict tussen partijen is een incident op 12 december 2022 geweest. Tijdens een externe jeugdwedstrijd is gebruik gemaakt van de verkeerde schaakklokken. Dit heeft tot een woordenwisseling en een handgemeen geleid tussen [eiser] en één van de voormalig bestuursleden en jeugdleider: de heer [C] (hierna: [C] ). Hierbij waren de deelnemende kinderen en ouders aanwezig. Door (de rest van) het bestuur van de Schaakvereniging zijn [eiser] en [C] aangesproken op hun gedrag. [eiser] vond dat het bestuur onvoldoende maatregelen tegen [C] had getroffen. Het bestuur wilde naar aanleiding hiervan een gesprek met [eiser] aangaan, maar [eiser] eiste voorafgaand aan dit gesprek excuses voor de gang van zaken van het bestuur. Het bestuur vond deze voorwaarde onterecht en heeft geen excuses aangeboden.
Daarnaast vond [eiser] dat het bestuur ook op andere punten onbehoorlijk had gehandeld. Zo volgt uit de brief van de advocaat van [eiser] aan het bestuur van 7 december 2023 dat [eiser] één van de bestuursleden, de heer [B] (hierna: [B] ), beschuldigt van het ronselen van stemmen. Deze verdenkingen heeft hij, zo volgt uit een door hem overgelegde e-mail, met een aantal leden van de Schaakvereniging, maar ook extern, gedeeld. Zo heeft hij onder andere aan de [functie] en [functie] van de Schaakbond Groot Amsterdam (hierna: de S.G.A.) en de contactpersoon van de Koninklijke Nationale Schaakbond (hierna: de KNSB) een bijlage bij zijn e-mail gestuurd waarin staat:
“Afgelopen maandag tijdens de ALV van Schaakvereniging Almere werd mijn vermoeden, “dit had ik vooraf reeds kenbaar gemaakt bij een aantal personen”, bewaarheid.
Om bij punt 15.1 van de agenda tot een gunstig stemgedrag te komen, waren extra mensen opgetrommeld en stemverklaring(en) verkregen, om tot een positieve uitslag te komen.(…)”
Op 19 januari 2024 stuurt de Schaakvereniging een officiële waarschuwing. Daarin staat het volgende:
“Wij verzoeken je per direct te stoppen met acties die in strijd zijn met de statuten, met name artikel 15.1 die stelt dat het de taak van het bestuur is om de vereniging te besturen en niet van individuele leden. En artikel 19.1 die stelt dat alle andere verantwoordelijkheden bij de ALV liggen, wat betekent dat individuele leden niet belast zijn met taken zoals het controleren en corrigeren van het bestuur.
We doelen daarbij op zaken als het bekritiseren van bestuursleden tegenover leden of andere bestuursleden, het lanceren van je eigen jeugdplan tegenover jeugdtrainers, het opnemen van de rol van extern wedstrijd coördinator zonder overleg met bestuur omdat er in jouw ogen iets mis is gegaan, het beweren dat een ALV benoemd bestuurslid niet in het bestuur zit, het leveren van kritiek op onderlinge coördinatie van de Grote Clubactie binnen het bestuur, en via advocaten(brieven) het bestuur ter verantwoording roepen voor vermeend wanbestuur. Dit is allemaal niet de zaak van een individueel lid maar van het bestuur of de ALV.
Daarnaast verzoeken wij je zeker zolang je vrijwilligerstaken bij s.v. Almere uitoefent, of als lid van s.v. Almere vrijwilligerstaken bij de regionale en/of landelijke schaakbond uitoefent, om op de voor die taak gebruikelijke manier met bestuurders en andere leden van onze vereniging te communiceren. Het weigeren te communiceren met (bestuurs)leden van onze vereniging schaadt de belangen van de vereniging en is daarmee in strijd met artikel 9.1 van de statuten.”
[eiser] heeft contact gezocht met de KNSB om te bezien of zij kunnen bemiddelen in het geschil van [eiser] met het bestuur. De KNSB heeft aan partijen mediation voorgesteld. De mediation leidde niet tot een oplossing of een einde van het conflict. Na het stuklopen van de mediation heeft het bestuur nogmaals een voorstel gedaan om het conflict op te lossen, maar daar zijn partijen niet uitgekomen.
In plaats van zijn problemen met het bestuur aan de algemene ledenvergadering van de Schaakvereniging (hierna: de ALV) voor te leggen, stuurt [eiser] een brief naar de KNSB waarin hij zijn klachten over het bestuur van de Schaakvereniging voorlegt. Daarin uit hij zijn ongenoegen over het feit dat het bestuur aan [C] geen straf heeft opgelegd, beschuldigt hij [B] (opnieuw) van het ronselen van stemmen, stelt hij aan de orde dat de [functie] een voorstel aan leden in de ALV heeft voorgelegd, terwijl de daarbij aanwezige [functie] dat had moeten doen en zegt hij dat het bestuur had moeten optreden toen [C] [eiser] en het bestuur een e-mail stuurde met onwaarheden. [eiser] vraagt deze klachten in behandeling te nemen, omdat deze verwijten volgens hem onder het tuchtreglement van de KNSB vallen.
Voor het bestuur van de Schaakvereniging was de maat vol. Daarom heeft het bestuur op 22 juli 2024 een extra ALV op 2 september 2024 aangekondigd. Deze ALV zou alleen gaan over een mogelijk royement van [eiser] . De oproepingsbrief zorgde voor onduidelijkheid bij de leden, omdat een royement van het lidmaatschap van [eiser] alleen door het bestuur kan worden besloten, en niet de ALV. De ALV is door het bestuur daarom uiteindelijk alleen gebruikt voor het informeren en polsen van de meningen van de leden van de Schaakvereniging over het conflict met [eiser] . Voorafgaand aan deze ALV hebben alle leden van de Schaakvereniging, waaronder dus ook [eiser] , een brief gehad waarin door het bestuur is uitgelegd wat het conflict met [eiser] inhoudt. Daarin wordt onder andere genoemd dat [eiser] blijft volharden in zijn klacht dat [B] stemmen voor de ALV van 18 september 2023 heeft geronseld. Het bestuur legt daarin ook uit waarom deze aantijgingen niet kloppen. Tijdens de ALV van 2 september 2024 was [eiser] ook aanwezig en heeft hij ook het woord gekregen om toe te lichten hoe hij tegen het conflict aankijkt en vragen van leden hierover te beantwoorden. Tijdens de ALV volhardde [eiser] in de door hem ingediende klacht bij de KNSB.
Het bestuur van de KNSB heeft op 30 augustus 2024 aan partijen laten weten dat het een deel van de klachten van [eiser] zal voorleggen aan de tuchtcommissie. [eiser] was namelijk op grond van het tuchtreglement als lid niet bevoegd om op eigen naam zijn klachten aan de tuchtcommissie voor te leggen.
Op 6 september 2024 heeft het bestuur van de Schaakvereniging [eiser] zes maanden geschorst (van 9 september 2024 tot en met 9 maart 2025). In het schorsingsbesluit staat dat zodra de tuchtcommissie een uitspraak heeft gedaan, de situatie met [eiser] opnieuw zal worden beoordeeld en dat afhankelijk van de uitkomst van de uitspraak tot bijvoorbeeld opzegging van het lidmaatschap over kan worden gegaan.
De tuchtcommissie heeft op 10 januari 2025 uitspraak gedaan en wijst de tuchtklacht af. Het bestuur heeft volgens de tuchtcommissie niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarbij overweegt de tuchtcommissie dat er sprake is van een geëscaleerd conflict, waarbij iedere redelijkheid is verdwenen en dat als de situatie onhoudbaar en onwerkbaar is er binnen een aanvaardbare termijn een oplossing moet komen. Het bestuur moet hierin zijn verantwoordelijkheid nemen binnen de kaders van het verenigingsrecht. Dat doet het bestuur ook. Het zegt op 3 februari 2025 het lidmaatschap van [eiser] op. De redenen voor de opzegging zijn:
-
het indienen van de klacht bij de KNSB zonder eerst een poging te doen om de klacht in de ALV van de Schaakvereniging te laten behandelen,
-
door verdenkingen te delen met derden, waaronder de S.G.A. en de KNSB, heeft [eiser] de reputatie van individuele bestuursleden, het bestuur en de vereniging beschadigd,
-
het niet aanbieden van excuses of het rectificeren van de onjuiste verdenkingen naar aanleiding van de beslissing van het tuchtcollege van de KNSB,
-
het frustreren van het bestuur in zijn normale werkzaamheden ten gevolge van het voortdurend systematisch uiten van ongenoegen over het functioneren van het bestuur, waardoor zij geen tijd hebben voor andere verenigingszaken,
-
het nimmer bereid zijn tot compromissen sluiten met het bestuur, terwijl het bestuur dit wel probeert,
-
het bestuur van de Schaakvereniging heeft er geen vertrouwen in dat de samenwerking met [eiser] verder zonder conflicten kan verlopen.
[eiser] is tegen het opzeggingsbesluit bij de ALV in beroep gegaan. De ALV heeft op 9 juli 2025 plaatsgevonden. De (grote) meerderheid van de leden is het eens met het opzeggingsbesluit en het beroep van [eiser] wordt verworpen.
Het opzeggingsbesluit is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid
[eiser] is van mening dat de redenen voor het opzeggingsbesluit onjuist zijn en dat als de redenen wel zouden kloppen te gering zijn om een opzegging te rechtvaardigen. De rechtbank is het daar niet mee eens.
De rechtbank oordeelt dat het gedrag van [eiser] voorafgaand aan het opzeggingsbesluit de opzegging van het lidmaatschap van [eiser] door het bestuur van de Schaakvereniging rechtvaardigt. Uit de hiervoor en hierna omschreven omstandigheden volgt dat [eiser] zich niet redelijk opstelt tegenover de bestuursleden en het bestuur van de Schaakvereniging. Ondanks dat hij hier meerdere malen door het bestuur op is aangesproken, verandert dit gedrag niet. Het is duidelijk dat de verhoudingen tussen [eiser] en het bestuur en de leden van de Schaakvereniging zodanig is verstoord dat zij niet op een positieve wijze met elkaar door kunnen. Van de Schaakvereniging kan dan ook redelijkerwijs niet worden verlangd dat zij het lidmaatschap met [eiser] laat voortduren.
Het staat vast dat [eiser] zijn ongefundeerde verdenkingen, dat [B] stemmen voor de ALV van 2023 heeft geronseld, met derden heeft gedeeld. Dit volgt onder andere uit de door [eiser] overgelegde, en hierboven in 3.5 geciteerde, productie 3 bij de dagvaarding. De e-mail waarin [eiser] het over het ronselen van stemmen voor de ALV heeft, is (mee)gestuurd naar de [functie] en [functie] van de S.G.A. en de contactpersoon van de KNSB. [eiser] heeft niet gezegd waarom hij deze verdenking met hen moest delen. Ondanks dat het bestuur deze klacht van [eiser] heeft onderzocht en bij [eiser] kenbaar heeft gemaakt dat van het ronselen van stemmen voor de ALV van 2023 geen sprake was, bleef [eiser] , zonder enig bewijs, volhouden dat er sprake is van het ronselen van stemmen en meldde hij dit als klacht bij de KNSB met het verzoek deze klacht tuchtrechtelijk in behandeling te nemen. Deze handelwijze van [eiser] schaadt de Schaakvereniging.
Volgens [eiser] is onduidelijk wat het bestuur bedoelt met de opzeggrond dat hij verdenkingen deelt met derden. Gelet op de omstandigheden die aan de opzegging vooraf zijn gegaan, is dit standpunt ongeloofwaardig. Voor [eiser] was duidelijk, of had duidelijk moeten zijn, dat met deze verdenkingen in ieder geval de verdenking van het ronselen van stemmen door [B] voor de ALV van 2023 is bedoeld. Deze beschuldiging is namelijk onderdeel van het conflict van [eiser] met het bestuur van de Schaakvereniging. Dit volgt onder andere uit de door [eiser] overgelegde informatiebrief aan de leden over de ALV van 2 september 2024. Daarin staat duidelijk omschreven dat [eiser] [B] hiervan beschuldigt en dat de Schaakvereniging dit wil sanctioneren. Bovendien is de beschuldiging ook onderdeel van de door [eiser] zelf ingediende klacht bij de KNSB.
[eiser] heeft nog aangevoerd dat hij de klacht over [B] bij de KNSB moest indienen, omdat er geen klachtenprocedure of vertrouwenspersoon bij de Schaakvereniging was en hij niet de leden van de Schaakvereniging wilde belasten met deze kwestie. Uit de stukken blijkt dat [eiser] de weg naar de ALV altijd goed heeft weten te vinden. Daarom had hij de kwestie eerst aan de ALV moeten voorleggen. Deze kwestie is een interne verenigingskwestie die juist thuishoort bij de ALV. Het gaat hier namelijk om een klacht over het handelen van een bestuurslid en het bestuur. Het argument van [eiser] dat hij de leden met deze kwestie niet wilde belasten, gaat dan ook niet op.
Uit de door [eiser] overgelegde correspondentie en notulen volgt ook dat het bestuur veel tijd kwijt is aan klachten van [eiser] . De tijd die het bestuur hieraan kwijt is, gaat (ruim) boven de tijd die zij kwijt zou moeten zijn voor bestuurstaken. Zo heeft de Schaakvereniging tijdens de mondelinge behandeling specifiek gewezen op een gespreksverslag van een overleg met [eiser] waarin door [eiser] 16 klachten/voorbeelden worden genoemd waarin het bestuur volgens hem anders had moeten handelen. De rechtbank kan zich goed voorstellen dat een zorgvuldige reactie op al deze punten, zonder het conflict te laten escaleren, van het bestuur veel tijd vergt. En dit is slechts één van de vele voorbeelden, blijkt uit de processtukken. Ook tijdens de ALV is het bestuur (veel) tijd kwijt aan voorstellen/opmerkingen van [eiser] . Zo maakt [eiser] er op de ALV van 18 september 2023 zonder juridische onderbouwing een punt van dat [B] zowel jeugdleider als algemeen bestuurslid is. Terwijl [eiser] hierover voorafgaand aan de ALV advies had ingewonnen bij een juridisch geschoold medelid, en dat lid duidelijk heeft aangegeven dat het standpunt van [eiser] juridisch niet klopt.
Bovendien neemt [eiser] ook geen genoegen met de reacties van het bestuur van de Schaakvereniging. Zo heeft [eiser] tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat hij op enig moment op de hoogte is gebracht van het feit dat [C] op het klokkenincident is aangesproken. Desondanks zet hij de klacht bij de KNSB door. Daarbij kan [eiser] zich overigens niet verschuilen achter het feit dat strikt genomen de klacht die (uiteindelijk) bij de tuchtcommissie is ingediend, van het bestuur van de KNSB afkomstig is. Uit de tuchtuitspraak volgt duidelijk dat (een deel van) de klacht van [eiser] één op één is doorgezet naar de tuchtcommissie. [eiser] heeft dus de input voor de klacht bij de tuchtcommissie geleverd. Zonder hem was de klacht niet aan de tuchtcommissie voorgelegd.
Ook met de reactie van het bestuur op de verdenkingen van [B] neemt [eiser] geen genoegen. Ondanks dat het bestuur heeft teruggekoppeld dit te hebben onderzocht en er geen sprake is van het ronselen van stemmen, zet [eiser] de klacht bij de KNSB door en blijft hij naar buiten toe volhouden dat [B] stemmen heeft geronseld.
Daarnaast is duidelijk geworden dat [eiser] geen oplossing wil zoeken voor zijn geschil met het bestuur van de Schaakvereniging. Zo heeft de Schaakvereniging tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij in overleg wilde met [eiser] over het ontstane conflict, maar dat [eiser] dat alleen wilde als het bestuur vooraf al excuses zou aanbieden voor het ontstane conflict. Dat heeft [eiser] niet ontkend. Dit draagt niet bij aan een oplossing maar leidt juist tot escalatie.
Dat het bestuur een einde wilde maken aan het conflict met [eiser] door zijn lidmaatschap op te zeggen, is gelet op bovenstaande omstandigheden in samenhang gezien begrijpelijk. Zeker omdat verschillende bestuursleden hebben aangegeven hun bestuursfunctie op te geven als er niet tegen het gedrag van [eiser] werd opgetreden en ook verschillende leden hebben aangegeven dat er moet worden opgetreden tegen [eiser] . Een vereniging is voor haar bestaan en functioneren afhankelijk van vrijwilligers en leden. Het is dan ook begrijpelijk dat de Schaakvereniging ook dit als belang bij haar besluit heeft meegewogen. Bovendien heeft een grote meerderheid van de leden tijdens de ALV van 9 juli 2025 het beroep van [eiser] tegen het opzeggingsbesluit verworpen. Hieruit leidt de rechtbank af dat een meerderheid van de leden ook vindt dat het lidmaatschap van [eiser] opgezegd moest worden.
Bij het opzeggingsbesluit heeft het bestuur ook de belangen van [eiser] meegewogen. Zo heeft het bij zijn opzeggingsbesluit meegewogen dat [eiser] erelid is geweest en zich (als [functie] en [functie] ) heeft ingezet voor de Schaakvereniging, hetgeen ook volgt uit de informatiebrief aan de ALV. Door deze voorgeschiedenis bij de Schaakvereniging heeft het bestuur meerdere malen geprobeerd om het conflict in der minne op te lossen met overleg en mediation. Helaas is dat niet gelukt en was opzegging van het lidmaatschap van [eiser] nog de enige mogelijkheid.
Het bestuur van de Schaakvereniging heeft in redelijkheid tot opzegging van het lidmaatschap van [eiser] kunnen komen. Dit betekent dat de vordering tot vernietiging van het opzeggingsbesluit zal worden afgewezen.
Het besluit om het lidmaatschap van [eiser] op te zeggen is niet nietig
Een besluit is nietig als het in strijd is met de wet of met de statuten. [eiser] heeft niet gesteld in strijd met welke bepalingen in de statuten of de wet de besluiten van het bestuur zouden zijn. Daarom wordt de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht dat de officiële waarschuwing, het besluit dat [eiser] voor zes maanden is geschorst en het besluit om het lidmaatschap van [eiser] op te zeggen nietig zijn, als niet onderbouwd afgewezen.
De gevorderde rectificatie en schadevergoeding worden afgewezen
De door [eiser] gevorderde rectificatie is gebaseerd op vernietiging of nietigheid van de door het bestuur genomen besluiten. Uit het bovenstaande volgt dat hiervan geen sprake is. De rectificatie zal daarom worden afgewezen.
Ook de door [eiser] gevorderde schadevergoeding van € 1.500,- zal worden afgewezen. Voor deze vordering ontbreekt een rechtsgrond.
[eiser] wordt in de proceskosten veroordeeld
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Schaakvereniging worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.306,00 |
(2 punt × € 653,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.230,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.230,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Overmars en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026. |
||
|
! |
! |
|
|
! |