Civiel recht overig

Verstek. Verkeerde partij gedagvaard. Afwijzing.

Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Datum publicatie
18 oktober 2026
Zaaknummer
C/16/616721 / HL ZA 26-239
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M.R. van Leeuwen
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:7201
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Verkeerde partij gedagvaard. Afwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/616721 / HL ZA 26-239

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. M.R. van Leeuwen,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 augustus 2026;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.

2 De kern van de zaak

2.1

[eiser] heeft in Nieuwendam een perceel met een agrarische bestemming gekocht. [eiser] stelt dat hij dit perceel van [gedaagde] heeft gekocht en dat [gedaagde] de suggestie heeft gewekt dat de waarde van het perceel op korte termijn door een bestemmingswijziging zal toenemen. Van concrete bouwplannen of toekomstige bestemmingswijzigingen is echter in het geheel geen sprake. [eiser] heeft daardoor een niet-marktconforme koopprijs voor de percelen betaald. [eiser] stelt de koopovereenkomst op grond van oneerlijke handelspraktijken dan wel dwaling te hebben vernietigd en wil dat [gedaagde] het perceel grond terugneemt en de koopprijs terugbetaalt. De rechtbank wijst de vorderingen af, omdat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard.

3 De beoordeling

Tegen [gedaagde] is verstek verleend

3.1

[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij de rechtbank vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.

[eiser] heeft de verkeerde partij gedagvaard. De vorderingen worden afgewezen

3.2

[eiser] stelt dat hij het perceel grond van [gedaagde] (een besloten vennootschap) heeft gekocht en geleverd. In de koopovereenkomst (productie 6) staat als verkoper enkel ‘Bedrijfsnaam: [gedaagde] ’. Daaruit volgt niet voldoende duidelijk welke (rechts)persoon de verkoper is. Uit de aanhef van de akte van levering (productie 7) volgt echter dat het perceel is verkocht en geleverd door [A] (hierna: [A] ) als natuurlijk persoon.

3.3

Dit betekent dat [gedaagde] , die in deze zaak gedagvaard is, geen partij is bij de koopovereenkomst en de akte van levering. Dat is [A] als natuurlijk persoon. Uit de akte van levering volgt weliswaar dat [A] een volmacht heeft verleend aan een medewerker van het notariskantoor en dat hij daarbij handelde ‘namens’ zijn eenmanszaak met de naam ‘ [gedaagde] ’, maar dit betekent niet dat [gedaagde] (de vennootschap) contractspartij is.

3.4

De conclusie is dat [eiser] zijn vorderingen tegen de verkeerde partij heeft ingesteld. De vorderingen zijn daarom niet toewijsbaar.

[eiser] moet de proceskosten betalen

3.5

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1

wijst de vorderingen af;

4.2

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.J. Schoenaker en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.


5274