Civiel recht overig
Verstekvonnis. Vordering tot ontruiming huurwoning wordt toegewezen wegens het niet hebben van het…
Rechtbank Midden-Nederland, 20 november 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:7710 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2023-7710
Zaakgegevens
Op 20 november 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 november 2023
- Datum publicatie
- 7 mei 2024
- Zaaknummer
- 10758128 \ UV EXPL 23-240
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7710
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis. Vordering tot ontruiming huurwoning wordt toegewezen wegens het niet hebben van het hoofdverblijf in het gehuurde.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10758128 UV EXPL 23-240 NA/58602
Kort geding verstekvonnis van 20 november 2023
inzake
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [eiseres]
eisende partij,
gemachtigde: mr. E.J. Nieuwenhuys,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde]
gedaagde partij.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
? de dagvaardingen van 26 oktober 2023 met productie 1 tot en met 17, betekend op twee verschillende adressen;
? de akte overlegging producties tevens houdende akte wijziging van eis, met productie 18 tot en met 30, bij deurwaardersexploten betekend op twee verschillende adressen;
? de brief van de gemachtigde van [eiseres] van 2 november 2023, waarmee [eiseres] productie 31 en 32 inbrengt;
? een e-mailbericht van de gemachtigde van [eiseres] van 3 november 2023, waarbij een productieoverzicht is overgelegd.
De mondelinge behandeling heeft op 6 november 2023 plaatsgevonden. Namens [eiseres] was aanwezig de heer [A] (middellijk bestuurder van [eiseres] ). Hij werd bijgestaan door mr. E.J. Nieuwenhuys. [gedaagde] is niet verschenen. Mr. E.J. Nieuwenhuys heeft namens [eiseres] de standpunten kort toegelicht en antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter, fungerend als voorzieningenrechter. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
Ten slotte is bepaald dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.
2 Waar gaat deze zaak over?
[eiseres] verhuurt aan [gedaagde] een zelfstandige woonruimte (aangeduid met nummer [nummer] ) op de bovenste verdieping van een pand, staande en gelegen in [plaats 1] aan de [adres 1] (hierna: het gehuurde). De huidige bij voorruitbetaling maandelijks verschuldigde huurprijs is € 385,71.
[eiseres] heeft onder meer het volgende gesteld. Uit gegevens van de gemeente Utrecht blijkt dat [gedaagde] niet op het adres van het gehuurde staat ingeschreven en daarop ook nooit ingeschreven is geweest. Uit het Kadaster blijkt dat [gedaagde] een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] in eigendom heeft. Blijkens de van de gemeente Utrecht verkregen informatie heeft [gedaagde] deze woning niet verhuurd en/of aan een derde ter beschikking gesteld. [gedaagde] heeft zijn hoofdverblijf in deze woning en niet in het gehuurde; hij is zelden in het gehuurde te vinden. Het gehuurde gebruikt hij als opslagruimte. Concluderend is [eiseres] van mening dat [gedaagde] zich niet gedraagt zoals een goed huurder betaamt, doordat hij niet zijn hoofdverblijf heeft in het gehuurde. [eiseres] vordert daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het gehuurde te ontruimen op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000,00 per dag dat [gedaagde] nalatig zal blijven aan het te dezen wijzen vonnis te voldoen.
Daarnaast vordert [eiseres] om [gedaagde] te veroordelen de huurpenningen ter hoogte van € 385,71 per maand aan [eiseres] te blijven voldoen vanaf 1 november 2023, tot de datum van rechtsgeldige ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Tot slot vordert [eiseres] om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, deze laatste te vermeerderen met de wettelijke rente.
3 De beoordeling
De kantonrechter verleent tegen [gedaagde] verstek, omdat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping van [gedaagde] in acht zijn genomen en hij niet in het geding is verschenen, geen antwoord heeft ingezonden en geen uitstel heeft verzocht.
Omdat [gedaagde] niet naar de mondelinge behandeling is gekomen en/of verweer heeft gevoerd weet de kantonrechter niet wat hij van de zaak vindt. Dit brengt met zich dat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden waarop [eiseres] haar vorderingen baseert.
De kantonrechter is van oordeel, zoals [eiseres] heeft gesteld, dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. [gedaagde] gebruikt het gehuurde immers niet conform het overeengekomen gebruik. [eiseres] heeft er belang bij om tegen [gedaagde] op te treden om dit oneigenlijk gebruik zo spoedig mogelijk te doen staken.
Voorts is voldoende aannemelijk dat de huurovereenkomst tussen [eiseres] en
[gedaagde] in een bodemprocedure wordt ontbonden wegens het niet hebben van het hoofdverblijf in het gehuurde, zodat de door [eiseres] gevorderde ontruiming gerechtvaardigd is. De vordering tot ontruiming van [gedaagde] is niet kennelijk ongegrond of onrechtmatig en is daarom toewijsbaar. De ontruimingstermijn stelt de kantonrechter vast op een termijn van twee weken zoals te doen gebruikelijk in soortgelijke zaken.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De deurwaarder is op grond van de wet bevoegd tot de daadwerkelijke uitvoering van de veroordeling tot ontruiming (zie artikelen 556 lid 1 en 557 in samenhang met artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Omdat [eiseres] dus al mogelijkheden heeft om de ontruiming af te dwingen, is het niet nodig om daarnaast de gevorderde dwangsom toe te wijzen.
De vordering van [eiseres] om [gedaagde] te veroordeling tot betaling van de bij vooruitbetaling over de maand november 2023 verschuldigde huurprijs van € 385,71, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt toegewezen. Hierbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen dat [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling van 6 november 2023 heeft gesteld, dat [gedaagde] weliswaar op 25 oktober 2023 5 x € 385,71 aan haar heeft betaald en daarmee de huurachterstand tot met oktober 2023 heeft ingelopen, maar dat hij de huurprijs over de maand november 2023 (nog) niet heeft betaald.
[eiseres] vordert ook huurbedragen die pas in de toekomst verschuldigd zijn. [eiseres] heeft op dit moment nog geen recht op deze bedragen. Bovendien kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor [gedaagde] deze bedragen niet (helemaal) hoeft te betalen. De vordering voor deze toekomstige huurbedragen wordt dan ook afgewezen.
Omdat [gedaagde] voor een groot deel ongelijk heeft gekregen, wordt hij veroordeeld in de kosten van de procedure. Dit betekent dat hij zijn eigen kosten moet dragen en de proceskosten van [eiseres] aan haar moet betalen. De kosten van [eiseres] worden begroot op:
-
twee dagvaardingen: € 213,46 (= 2 x € 106,73)
-
griffierecht: € 128,00
-
salaris gemachtigde: € 529,00 (tarief kanton kort geding verstek)
-
nakosten € 131,00
-
Totaal: € 1.001,46
Hierbij merkt de kantonrechter op dat uit de twee deurwaardersexploten inzake de betekening van de akte overlegging producties tevens houdende akte wijziging van eis, niet blijkt dat de deurwaarder daarvoor kosten in rekening heeft gebracht bij [eiseres] .
De kantonrechter is van oordeel dat de proceskosten, waaronder de kosten van de betekening van de twee dagvaardingen, in redelijkheid en niet nodeloos zijn gemaakt.
De over de nakosten gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
[eiseres] vordert dat de veroordelingen van [gedaagde] uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Niet is gebleken dat er feiten en/of omstandigheden dan wel belangen zijn die deze vordering in de weg staan. De veroordelingen worden daarom uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4 De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding, geeft de volgende voorlopige voorzieningen:
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde (woonruimte [nummer] ) in het pand, staande en gelegen aan de [adres 1] in [plaats 1] , te ontruimen en te verlaten, met al hetgeen van [gedaagde] is en met al de personen die namens hem in het gehuurde verblijven, onder afgifte van sleutels, en het gehuurde ter vrije en algehele beschikking van [eiseres] te stellen;
veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 385,71, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 1 november 2023 tot de dag waarop alles is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten; hij moet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe de proceskosten van [eiseres] aan haar betalen ter hoogte van € 1.001,46. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening aan [eiseres] betalen;
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart de uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af;
draagt de griffier op om een afschrift van dit vonnis ook te sturen naar twee andere bij de kantonrechter bekende (post)adressen van [gedaagde] , te weten:
-
het adres: [adres 2] ( [postcode 1] ) te [plaats 1] ;
en -
het adres: [Postbusadres] ( [postcode 2] ) te [plaats 2] .
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.