Civiel recht overig

Kort geding, verstek. Vorderingen tot overschrijving kenteken op eigen naam en vergoeding verkeersboetes…

Rechtbank Midden-Nederland, 21 januari 2026

Zaakgegevens

Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
21 januari 2026
Datum publicatie
20 januari 2026
Zaaknummer
11952330 \ MV EXPL 25-181 D/51246
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:115
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding, verstek. Vorderingen tot overschrijving kenteken op eigen naam en vergoeding verkeersboetes toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

Zaaknummer: 11952330 \ MV EXPL 25-181 D/51246

Vonnis in kort geding van 21 januari 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigden: mr. J.F. Overes en J.T. Piersma (Keizerhof Advocaten),

tegen

[gedaagde partij] ,

verblijvende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 november 2025 met 3 producties;
- de mondelinge behandeling van 7 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

[gedaagde partij] heeft op 6 januari 2026 in een brief gevraagd om uitstel voor een reactie op de dagvaarding. De kantonrechter heeft geen uitstel verleend. Tijdens de mondelinge behandeling op 7 januari 2026 was [eisende partij] aanwezig, samen met haar dochter en schoonzoon. [eisende partij] werd bijgestaan door mr. Overes en mevrouw Piersma . [gedaagde partij] is niet naar de zitting gekomen.

1.3.

De kantonrechter heeft bepaald dat zij schriftelijk uitspraak zal doen.

2 De kern van de zaak

2.1.

[gedaagde partij] is de zoon van [eisende partij] . Hij heeft een auto met het kenteken [kenteken] . Dat kenteken staat op naam van [eisende partij] . [eisende partij] wil dat [gedaagde partij] het kenteken op zijn naam zet, maar daar heeft [gedaagde partij] tot nu toe niet aan meegewerkt. Daarom is [eisende partij] deze procedure gestart. Zij eist dat [gedaagde partij] binnen 48 uur na betekening van het vonnis zijn medewerking verleent aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag tot een maximum van € 25.000,-. Daarnaast eist [eisende partij] dat [gedaagde partij] € 1.164,- aan haar vergoedt voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen.

3 De beoordeling

Verstek tegen [gedaagde partij]

3.1.

is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. Daarom heeft de kantonrechter verstek tegen [gedaagde partij] verleend.

3.2.

[gedaagde partij] heeft in zijn brief van 6 januari 2026 een bevoegdheidsverweer gevoerd. De kantonrechter laat dit verweer buiten beschouwing. [gedaagde partij] had naar de mondelinge behandeling moeten komen en daar het verweer moeten voeren.

[eisende partij] heeft een spoedeisend belang

3.3.

De kantonrechter vindt dat [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Volgens [eisende partij] begaat [gedaagde partij] herhaaldelijk verkeersovertredingen en ontvangt en betaalt zij nu alle boetes, omdat het kenteken nog op haar naam staat. [eisende partij] lijdt hierdoor schade. Aan die situatie moet zo snel mogelijk een einde komen.

De vorderingen van [eisende partij] zijn niet onrechtmatig of ongegrond

3.4.

[gedaagde partij] is niet verschenen in deze procedure en heeft dus geen verweer gevoerd. Daarom moet de kantonrechter alleen beoordelen of de vorderingen van [eisende partij] onrechtmatig of ongegrond zijn. Dat is niet het geval. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen.

[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen

3.5.

[gedaagde partij] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde partij] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:

- griffierecht

€

93,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

135,00

Totaal

€

805,00

4 De beslissing

De kantonrechter, recht doende in kort geding:

4.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de overschrijving van het kenteken [kenteken] op zijn eigen naam, op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag(deel) dat [gedaagde partij] niet aan de veroordeling voldoet, totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;

4.2.

veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] € 1.164,- te betalen voor verkeersboetes die zij voor hem heeft betaald;

4.3.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 805,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.