Civiel recht overig
eiser staat onder bewind en is daarom niet ontvankelijk
Rechtbank Midden-Nederland, 2 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:474 · Rechtbank Midden-Nederland · 2 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2026-474
Zaakgegevens
Op 2 februari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 februari 2026
- Datum publicatie
- 13 februari 2026
- Zaaknummer
- 11981221 \ UV EXPL 25-298
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:474
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
eiser staat onder bewind en is daarom niet ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11981221 \ UV EXPL 25-298
Vonnis in kort geding van 2 februari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.W. Menkveld,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] B.V.,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,
- de akte indienen producties en wijziging eis met producties 6 tot en met 8 van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling van 19 januari 2026, waarbij [eiser] aanwezig was met zijn gemachtigde en de heer [A] namens [gedaagde] B.V., en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Per e-mail van 21 januari 2026 heeft mr. Menkveld de voorzieningenrechter laten weten dat hij de procedure wil intrekken. De heer [A] stond in de cc van die e-mail. Door de griffie is aangegeven dat de vermelding van de wederpartij in de cc van de mail niet voldoende is, en dat er alleen geen vonnis zal worden gewezen indien de wederpartij daarmee nadrukkelijk instemt. [gedaagde] B.V. heeft niet ingestemd en daarom is bepaald dat vonnis wordt gewezen.
2 De kern van de zaak
[eiser] kan niet worden ontvangen in zijn vordering. Zijn geld is onder beschermingsbewind gesteld. Hij kan tijdens bewind niet zelf over loon procederen. Alleen zijn bewindvoerder kan dat doen.
3 Wat wordt er gevorderd
Tussen [eiser] en [gedaagde] B.V. bestaat een arbeidsovereenkomst. [eiser] stelt dat hij sinds 13 oktober 2025 ziek is en dat [gedaagde] B.V. hem op grond van de toepasselijke cao de eerste zes maanden 100% van het salaris moet doorbetalen en de daarop volgende 18 maanden 90%. Dat is niet gebeurd. [eiser] stelt dat hij daarom een loonvordering heeft. Hij wil dat [gedaagde] B.V. alsnog het achterstallig loon aan hem betaalt, met de rente en de wettelijke verhoging.
[gedaagde] B.V. voert verweer en stelt dat een deel van de vordering van [eiser] thuishoort bij het inmiddels gefaillieerde [gedaagde] B.V. Daarnaast stelt zij dat er nadere afspraken zijn gemaakt over de bij laatstgenoemde opgebouwde vakantiedagen.
4 De beoordeling
De kantonrechter komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil.
De goederen van [eiser] zijn onder beschermingsbewind gesteld. Op grond van artikel 1:441 van het Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigt de bewindvoerder de betrokkene in en buiten rechte. Dat betekent dat alleen de bewindvoerder in een gerechtelijke procedure betaling van loon kan vorderen.
De advocaat van [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij in opdracht en voor rekening van [eiser] zelf handelt. Hij heeft ook verklaard dat hij wel overleg heeft gehad met de bewindvoerder, dat hij ook informatie heeft gekregen van de bewindvoerder en dat de bewindvoerder op de hoogte is van de procedure. Dat is echter niet voldoende.
Er is een aantal gevallen waarin een betrokkene zelf mag procederen. Dan gaat het doorgaans over de maatregel van het bewind zelf of om zaken die geen financiële impact hebben (bijvoorbeeld familierechtelijke zaken zoals omgang met kinderen). In die gevallen blijft de betrokkene in principe zelf ‘procesbekwaam’ (tenzij er ook sprake is van curatele of mentorschap). Van zodanige situatie is hier geen sprake. Het geschil betreft nadrukkelijk wel de financiën van [eiser] (het salaris van [eiser] wordt overigens ook op de beheerrekening van de bewindvoerder betaald).
Dat betekent dat [eiser] niet ontvankelijk zal worden verklaard. [eiser] (en/of zijn gemachtigde) dient met de bewindvoerder te bespreken of deze zelf in de hoedanigheid van bewindvoerder een procedure wil voeren tegen [gedaagde] B.V. over loon.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom in beginsel de proceskosten betalen. Omdat [gedaagde] echter geen gemachtigde heeft zal de kantonrechter die kosten op nihil bepalen.